terug naar index

Ontheemd in Ledeberg

Twee generaties vrouwen jagen hun Amerikaanse droom na: Myriam emigreert kort na de Tweede Wereldoorlog, Elise volgt haar geliefde, Eric, zoon van Myriam, tegen de laatste eeuwwisseling naar de Verenigde Staten en Mexico. Allebei worstelen ze met moeilijke familierelaties en gevoelens van ontheemding, schuld en heimwee naar Gent.

Ledeberg zag er grauw uit en vuil. Er kwam een nieuw torenhoog gebouw, vlak bij de UCO. Elises vader had de grondwerken nauwkeurig gevolgd en bestudeerd.
‘Ge moet daarvoor toch een knappe bol hebben om zo’n complex uit te tekenen,’ zei hij hoofdschuddend. ‘Zeven kranen staan er op de bouwwerf,’ wees hij.
Hij zag er slecht uit, had net een zware griep gehad. Zo bleek had Elise haar vader nog nooit gezien. Zijn rug was ook iets meer gebogen. Elise merkte dat ze nooit lang naar hem kon kijken. Slechts met mondjesmaat nam ze de veroudering in haar op. De gedachte dat haar ma en pa er niet voor altijd zouden zijn deed te veel pijn.
Ze voelde zich vreemd in haar oude habitat. Werd het leven ooit weer normaal en wat was normaal? Ze wist het niet meer. Maandenlang had ze hier naar uitgekeken, er van gedroomd om weer thuis te zijn en nu voelde thuis niet meer als thuis. Filip, de vriend van [haar dochter] Katrien, woonde hier zo goed als en had een sleutel van het huis. (…) Zelfs haar eigen bed voelde vreemd aan, nu ze wist dat het tijdens haar afwezigheid nog altijd door Katrien en Filip beslapen werd. Soms huilde ze zonder te weten waarom. Ze geneerde zich, probeerde het te verbergen. Hier had ze geen plek om zich even af te zonderen. In Amerika en Mexico was ze altijd alleen, in België nooit. Er was geen middenweg en geen evenwicht. (…)
Op deze eerste dag van het jaar 2003 was het stil in huis. De jonge mensen sliepen nog. Niemand kwam langs de trap naar beneden, kwam naar binnen of naar buiten. (…)
‘Ik voel me als een toerist in mijn eigen huis,’ zei Elise.
‘Praat met je dochters,’ antwoordde Eric. Hij stond op en kuste haar.
(…)

Op 18 januari vertrok Eric naar California, Elise zou pas volgen in maart, ze had wat tijd voor zichzelf nodig. Ze bracht hem naar de luchthaven, zwaaide hem uit. Terug thuis vond ze geen rust, het afscheid deed pijn. Emotioneel was ze een wrak, één brok verdriet, twijfel en angst. Ze verweet zichzelf nog steeds dat ze bij Eric was gaan wonen in Amerika, in plaats van thuis bij haar dochters te blijven.
'Je hebt toch recht op een eigen leven,’ zei Eric dikwijls. ‘Je dochters waren altijd op zwier toen je nog thuis was.’
Ja, maar toch, ze hadden een thuis. Voor hem was het eenvoudig. Zelf had hij nooit kinderen gehad.

(…)
Op een dag kwan Katrien thuis: ze had werk gevonden.
‘Filip en ik gaan vanaf april samenwonen, we hebben al een huisje op het oog!’
Het was  een logisch gevolg van hun gesprekken, maar toch trof het Elise als een mokerslag. Hun gezinnetje van drie, ze hadden nauwelijks iets anders gekend, viel nu voorgoed uiteen. Jij bent de eerste die is weggegaan, zei een vilein stemmetje in haar. Jij hebt het gezinnetje kapot gemaakt.

Uit:

Linda Vermaercke en Lies Bate: An American Dream (2017), p. 270-271 en 275



Vind dit boek in de bibliotheek Gent