terug naar index
Mijn aankomst en vertrek te Gent

“24 juni 1833. Deze dag is een van die verjaardagen, die vreedzame herinneringen in mijn geest oproepen. Hij herinnert mij aan mijn aankomst te Gent. Er is aan het aandenken van het ruime half jaar, dat ik in die stad doorbracht, een charme verbonden, die in geen andere periode van mijn leven voorkomt. De wisselende tonelen, waarin ik ben moeten optreden, hebben die periode van mijn leven meer dan alle andere in mijn geheugen gegrift: vanaf het pijnlijke afscheid van mijn echtgenote en mijn zoon Charles te Sint-Petersburg en de grote angst – ja zelfs vertwijfeling – waarmee ik de mogelijkheid van een mislukking in mijn opdracht voor ogen hield tot de vriendelijke voorkomendheid die ik vanwege de inwoners van Gent mocht ondervinden gedurende mijn verblijf aldaar en de hulp, de rust en de vriendelijke gastvrijheid die er zo typisch was voor de levenswijze van de mensen tot en met de provocaties vanwege en de botsingen met de Britse commissieleden en met mijn eigen collega’s, die ik moest doormaken, het succes van de onderhandelingen boven mijn meest optimistische verwachtingen, tot ook, ja, het daaropvolgend groot ongemak van de duistere samenzwering, die werd beraamd tegen mijn hoedanigheid en goede naam… De onderhandelingsperiode te Gent vormt het gelukkigste gebeuren van mijn leven”.
(…)
“Om kwart na elf stapte ik in mijn koets en verliet het Hôtel des Pays-Bas en de stad Gent. Waarschijnlijk zie ik ze nooit meer terug. Mijn verblijf in de stad duurde zeven maanden en twee dagen en vormde de meest gedenkwaardige periode van mijn leven. Ik ging er weg met gevoelens overeenkomstig de omstandigheden: met achting en dank ten overstaan van de inwoners, die zoveel belang stelden in ons succes, zo vriendelijk waren voor ons en zoveel attenties betoonden en boven alles met dank voor hierboven voor de grote gunst van mijn land”.
(…)
ik verliet de stad met herinneringen, die ik van geen enkele andere plaats van Europa meedraag.

Uit:

Piet Lenders: Lof voor Gent, in: Gemeentekrediet van België (1990), nr. 171, p. 24-25



Vind dit boek in de bibliotheek Gent