kleine, niet te bedaren bruid met onder / je bed nog al je minnaars van vroeger / morsig feestvarken (...) / geschept uit de placenta van Leie en Schelde
MARC REUGEBRINK IN BIBLIOTHEEK VOOR GENT KLEURT ORANJE
NieuwsOp 8 december 2015 staat de Uit de kast-lezingenreeks van de Gentse bibliotheek in het teken van Gent kleurt oranje, de campagne ter herdenking van 200 jaar Verenigd Koninkrijk der Nederlanden en Willem I.
Marc Reugebrink (°1960), een intussen al bijna twee decennia in Gent wonende Nederlandse auteur, is goed geplaatst om de huidige invloed van het VKN en de verschillen tussen Vlaanderen en Nederland in de verf te zetten, aan de hand van zijn lievelingsliteratuur én zijn eigen werk.
Reugebrink begon zijn schrijverscarrière in Noord-Nederland als dichter en criticus. Hij debuteerde met de dichtbundel Komgrond (Van der Hoogtprijs 1989), in 1991 volgde Wade. Begin jaren negentig werd hij redacteur van het Nederlandse tijdschrift De XXIe Eeuw, later van De Gids , poëziecriticus bij De Volkskrant en recensent voor De groene Amsterdammer.
In 1998 verhuisde hij naar Gent en publiceerde hij de roman Wild vlees, waarvan ook een succesrijke toneelversie werd opgevoerd. Hij schreef voor de progressieve krant De Morgen en werd in 2001 redacteur van het Gentse literaire tijdschrift Yang (heden nY).
Zijn essaybundel De inwijkeling (2002) gaf ook zijn naam aan één van de meest literair-maatschappelijk relevante weblogs in Vlaanderen. Zijn tweede roman Touchdown (2004) haalde de longlist van de Gouden Uil en de Librisprijs.
In 2008 haalde Marc Reugebrink verrassend de Gouden Uil Literatuurprijs binnen voor zijn roman Het grote uitstel en verschalkte daarmee de grote favorieten A.F.Th. Van der Heijden (Het schervengericht) en Jeroen Brouwers (Datumloze dagen).
Het boek ging over het verlies van jeugdidealen in de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw en werd gekarakteriseerd als een schalkse en swingende punkroman. Het juryrapport beklemtoonde de durf waarmee de roman werd geschreven, “in een taal die verleidt, verwart en tracht te benaderen. Met woorden die proberen te ontsnappen aan de definitieve betekenis van zichzelf.”
In 2010 verscheen de roman Menens, twee jaar later het essayboek Het geluk van de kunst, dat in 2013 werd bekroond met de Prijs van de Provincie Oost-Vlaanderen voor Letterkunde. Daarin hamert de auteur in een “weergaloze stijl” op een bijna verloren cultuurideaal, dat van onschatbare waarde is in onze huidige wereld zonder grenzen en normen.
Reugebrink maakte inmiddels ook grondig kennis met de stad Gent en haar bewoners. In “Arcadië onder de koeltorens” (in Dietsche Warande en Belfort, 2005) beschreef hij een Gentse “randwandeling” door de haven, langs Oostakker naar Mendonk en St-Kruis-Winkel.
In Het Belgisch huwelijk (2014) probeert een ingeweken journalist de gevoeligheden in een liefdesrelatie niet te laten botsen met de maatschappelijke ongemakken van ons dagelijks leven. Interessant is dat het ‘Belgisch perspectief’ belicht wordt door verschillende vertellers uit de onmiddellijke entourage van de journalist en zo een multifocale zienswijze ontstaat op de verschillen tussen Nederland en Vlaanderen. Heel wat Gentse locaties komen in beeld, zoals het voormalige ijssalon Veneziana nabij het Gravensteen, maar ook arbeidersbuurten (Muide) en migrantenfamilies.
Weblog Marc Reugebrink: reugebrink.skynetblogs.be/
Bekijk de leestips van Marc Reugebrink en vorige gasten op de website Allesuitdekast