Mijn gezant vermoordden ze, mijn kasteel verbrandden ze / (...) God sta bij de heer die 't als lot beschoren kreeg / te tuchtigen zulk een bende.

Frans Gunnar Bengtsson (1950)

ASTRID H. ROEMER WINT PRIJS DER NEDERLANDSE LETTEREN 2021

Nieuws

Astrid Roemer debuteerde in 1970 met poëzie: Sasa: mijn actuele zijn (onder pseudoniem Zamani), een bundel over de négritude en de trieste geschiedenis van de zwarte mens (Roemer verkiest ‘licht-gekleurde’) in Suriname. Haar ‘Black Panther’-strijdbaarheid klonk daarin hard door, zonder veel nuancering:

jullie met je zedige hoofden
je kalme walsen
je rokkostuums
je zwarte sleeën
je betaalde liefdes
je stijve lichamen
je nuchter verstand
je miljarden
jullie willen wij uitmoorden (Sasa, p.36)

Suriname was van 1667 tot 1954 een Nederlandse kolonie, verschillende etnische groepen streden daarna voor onafhankelijkheid, die pas in 1975 werd verworven. Van 2010 tot 2020 was Desi Bouterse de democratisch verkozen president van de Republiek Suriname, nadat hij het in 1980 al via een miliataire staatsgreep had geprobeerd en er acht jaar lang als dictator regeerde. De bevolking is etnisch zeer verscheiden, zo’n 350.000 Surinamers weken door de troebelen uit naar Nederland. De officiële voertaal in Suriname is Nederlands, maar ook het Sranan(tongo), een algemene contacttaal, bleef belangrijk. De talloze gesproken talen zijn zowel van Caribische, creoolse, Javaanse, Hindoestaanse, Germaanse, Romaanse als Chinese oorsprong. De oude geschiedenis van Suriname kan je lezen bij Anton de Kom: Wij slaven van Suriname (2020, 16de dr.); de (gecensureerde!) eerste editie 1934 is erg belangrijk geweest voor de historische bewustwording.

Astrid Heligonda Roemer werd op 27 april 1947 in de hoofdstad Paramaribo geboren als oudste van vier kinderen in een Creools middenklassegezin, met ook Schotse familieleden-voorouders. Tijdens haar onderwijzersopleiding kreeg ze een liefdesrelatie met de veertien jaar oudere directeur van de school en verhuisde in 1966 naar Nederland om haar studies af te maken. Na een kortstondige onderwijscarrière werkte ze op de afdeling Pers en Culturele Zaken van de Surinaamse ambassade. Zij werd redactielid van het linkse opinieblad Fri Sranan dat in Suriname verscheen, en van 1973 tot 1977 was zij hoofdredactrice van het diplomatieke blad Nieuw Suriname.
Ze richtte in 1981 de theatergroep ‘Bruin Brood en Spelen’ op, die aandacht vroeg voor de migrantencultuur, werkte later met kinderen uit verschillende culturen aan het liedjesproject ‘Wat Heet Anders’ en was vanaf 1988 ook gezinstherapeute. In de jaren 1990-1994 haalde ze nog een post-hbo Sociaal-maatschappelijk werk en Master Contextuele familietherapie, daarna een doctorstitel Humanistische studies in Utrecht (1993-1997). Haar interesseveld is zeer breed, van muziek en kunst tot astrofysica, van voeding tot filosofie.
Toen haar gepassioneerde verhouding met de kweekschooldirecteur op de klippen liep, had ze een nieuwe relatie met een vrouw, maar ze gelooft niet “in seksuele geaardheid, ik geloof in hartstocht, erotiek” bekende ze aan De Groene Amsterdammer (25.06.1986).

Ze schreef recensies over Surinaamse literatuur, was columniste (o.a. bij Opzij en Haagse Radio) en docente aan Schrijversvakschool 't Colofon in Amsterdam. In debatten en lezingen over zwarte cultuur, allochtonen, racisme, de Derde Wereld en de positie van vrouwen, trad ze geregeld naar voren. In 1990 bekleedde ze voor GroenLinks een zetel in de Haagse Gemeenteraad, maar verliet de politiek vier jaar later definitief. Ze deed daarna doctoraal examen aan de Universiteit voor Humanistiek en kreeg in 1999 de Duitse LiBeraturpreis.
Ondanks die literaire erkenning voelde ze zich in de samenleving herhaaldelijk onveilig, werd gestalkt en fysiek bedreigd, en aangevallen als Surinaamse, als zwarte, als feministe, en zelfs als vrouw.

De Nederlandse IKON (Interkerkelijke Omroep Nederland, 1976-2016) maakte een televisieportret van haar en in 2015 bracht Cindy Kerseborn over Astrid Roemer de documentaire film ‘De wereld heeft gezicht verloren’ uit (titel naar een vroege novelle van Roemer).

Astrid H. Roemer is bij ons vooral bekend om haar prozawerk, o.m. de ‘dekolonisatietrilogie’ Gewaagd leven (1996), Lijken op liefde (1997) en Was getekend (1998), gebundeld in Onmogelijk moederland (2001, herdr. 2016; zie ook bibliografie onderaan). Ze focust vooral op maatschappelijke thema’s: migratie, emancipatie, racisme, de moeilijke verhouding Suriname-Nederland, maar ook liefde en seksuele geaardheid spelen een belangrijke rol. Haar stijl is beeldend en poëtisch. In haar onconventioneel werk gaat ze ook op zoek naar nieuwe verhaalvormen en experimenteert ze graag met de taal waarin ze haar engagement uitdraagt.

In 2016 publiceerde Astrid Roemer haar autobiografie Liefde in tijden van gebrek: memoires van een thuisloze. Onlangs, in 2019, verscheen Gebroken wit, een roman over drie Surinaamse generaties met duistere familiegeheimen, en zopas werd ook Over de gekte van een vrouw (1982) herdrukt, de feministische roman waarmee ze in Nederland naam maakte en waarin een jonge Surinaamse het isolement waarin ze door afkomst en armoede terechtkomt, probeert te doorbreken.
Dit jaar verschijnt Dealers dochter, waarin ze bloedverwantschap en geboorteland onverwacht problematiseert in een misdaadverhaal. Eerder had ze onder meer in de novelle Het spoor van de jakhals (1988) en in de roman Neem mij terug, Suriname (2005) ook haar nieuwe vaderland Nederland al maatschappelijk op de korrel genomen.
In 2004 publiceerde ze met Zolang ik leef ben ik niet dood al een eerste ‘autobiografisch proces’, in 1997 bracht ze reiservaringen in haar geboorteland samen in de ‘vriendenreisgids’ Suriname. Daarnaast verschenen ook gedichtenbundels, o.m. NoordzeeBlues (1985, titelgedicht ook op muziek gezet), Bij het gloren van de dag (1993) en Afnemend (liefdesgedichten, 2012, beperkte oplage). Ze heeft zo’n 35 boeken gepubliceerd.

Voorzitter prof. dr. Yves T’Sjoen, beklemtoonde namens de jury van de Prijs der Nederlandse Letteren, dat Astrid Roemer een “unieke positie in het Nederlandstalige literatuurlandschap” bekleedt, “Roemer slaagt erin thema’s uit de recente grote geschiedenis, zoals corruptie, spanning, schuld, kolonisatie en dekolonisatie, te verbinden met de kleine geschiedenis, het verhaal op mensenmaat.”
Jan Jambon, Minister-president van de Vlaamse Regering en Vlaams minister van Cultuur maakte de bekroning van Roemers oeuvre namens het Comité van Ministers van de Taalunie bekend. De organisatie ligt beurtelings in handen van het Nederlands Letterenfonds en Literatuur Vlaanderen (dit jaar i.s.m. Behoud de Begeerte). De driejaarlijkse Prijs der Nederlandse Letteren wordt gefinancierd door de Taalunie en is 40.000 € waard.

Astrid Roemer in Gent

Roemer woonde afwisselend in Suriname en Nederland, waarvan langdurig in Den Haag. Ze verbleef ook in Schotland — waar ze Olga en haar driekwartsmaten (2017) schreef, een kleine roman over homohaat en intolerantie — en week midden jaren 2010 uit naar Gent, waar ze eindelijk weer rust vond en allochtone jongeren hielp zich te integreren.

“Kijk naar Gent: het is ongelooflijk hoe de Gentenaren in staat zijn om diverse soorten vreemdelingen te absorberen. (…) De vreemdeling moet ruimte krijgen en gelijkwaardig behandeld worden. Tegelijk vinden ook hier mensen het moeilijk als er vreemdelingen naast hen komen wonen. Dat begrijp ik ook wel: daar zijn mensen kwetsbaar in hun privacy, dat bewaken ze als laatste. Maar in het publieke domein gedragen Gentenaren zich compleet open.” (De Standaard, 23.06.2016)

In 2016 werd haar prozawerk bekroond met de grootste Nederlandse oeuvreprijs, de P.C. Hooftprijs. Bij de prijsuitreiking droeg ze haar prijs op aan de voorgangers die haar de weg wezen: Bea Vianen (1935-2019), Frank Martinus Arion (1936-2015), Edgar Caïro (1948-2000) en Anil Ramdas (1958-2012), die de Surinaamse literatuur via Nederlandse uitgevers mee op de wereldkaart zetten.
Roemer koos bewust voor kinderloosheid en het alleen-zijn, om te kunnen schrijven, onthulde ze ooit in het Utrechts Nieuwsblad (10.01.1985):

“als ik schrijf, ben ik geen man, geen vrouw, geen blanke, geen zwarte, maar scheppend mens. En als zodanig wil ik gewaardeerd worden.”

Meer info over Astrid H. Roemer op:

Foto's

Astrid H. Roemer©Raúl_Neijhorst
Roemer-Onmogelijk-moederland
Roemer-Zo-lang-ik-leef
Roemer-Neem-mij-terug-Suriname
Roemer-Over-de-gekte-vrouw