Mijn gezant vermoordden ze, mijn kasteel verbrandden ze / (...) God sta bij de heer die 't als lot beschoren kreeg / te tuchtigen zulk een bende.

Frans Gunnar Bengtsson (1950)

Terug naar index

PYAT, FÉLIX

(Vierzon, Frankrijk, 04.10.1810 - Saint Gratien, Frankrijk, 03.08.1889)

Frans socialistisch journalist, toneelschrijver, politicus en één van de leiders van de Franse Commune. Pyat publiceerde als jongeman in 1836 een reisverslag Une tournée en Flandre, na een rondleiding in Gent door professor François Huet en gids Auguste Voisin.

Als jonge journalist publiceerde Félix Pyat Une tournée en Flandre in de Revue de Paris in 1836. Hij reisde met de barge van Brugge naar Gent en schreef vol enthousiasme over het Vlaamse land. In Gent werd hij rondgeleid door François Huet (1814-1869), professor wijsbegeerte aan de Gentse universiteit, en door bibliofiel en hoofdbibliothecaris Auguste Voisin (1800-1843). Met een overdaad aan lofbetuigingen op de stad en het land maakte hij in de Revue de Paris goede reclame voor de piepjonge Belgische staat.

Félix Pyat beschreef de Gentse verenigingszin als een gemeenschap van geboren artiesten, dichters, schilders, beeldhouwers, architecten, te midden van biljarttafels en bibliotheken zonder wachters, maar met pupiters beladen met alle kranten van de wereld. In zijn zowel rake, als soms geestige interpretaties en exuberante vergelijkingen, ging hij verder: “Door de dubbele behoefte aan kunst en onafhankelijkheid, inherent aan de Vlamingen, heeft elke provincie zijn kunstgalerij, elke stad zijn collectie, elke burger ‘zijn’ Louvre. De kerken zijn musea. De arme rust uit voor een God van Rubens zoals een rijke bij ons zijn geest verheldert voor een aap van Decamps.” [bedoeld is Alexandre-Gabriel Decamps, 1803-1860, Frans kunstschilder en graveur, nvdr.]

Reiziger Félix Pyat weidde uit over de kerken, de moed van de Gentenaars bij de brand van 1822 in de Sint-Baafskathedraal, en hij bezocht uitgebreid de antiquairs, verbaasd over hun jeugdigheid. Met veel zwier schreef hij over de (kunst-)collecties van onder meer Regnaut en Van Schamp in de Veldstraat en deed hij uitgebreid verslag over de heren d’Hane-Steenhuyse, over het verblijf van Lodewijk XVIII en de koninklijke eet- en drinkfestijnen, ook opgetekend door Chateaubriand (zie aldaar).
De beschrijving van Regnauts collectie leidde tot een kleine rel, waarna toenmalig archivaris Jules de Saint-Genois (1813-1867) in de Messager des Sciences historiques et des Arts (1838) een correctie op het artikel van Félix Pyat schreef met een vollediger inventaris van die verzameling.

Als humanist en vanaf 1844 vrijmetselaar verzette Félix Pyat zich tegen het aantreden van Karel Lodewijk Napoleon Bonaparte (Napoleon III) in 1848 en leefde hij verbannen in Zwitserland, in Brussel en later in Londen. Hij was sterk betrokken bij de oprichting van de Franse Commune, maar niet aanwezig toen deze bloederig werd neergeslagen in 1870. Na de amnestie van 1880 keerde hij terug naar Frankrijk en hij werd nog senator en later volksvertegenwoordiger tot zijn dood in 1889.

[Herbert de Vleeschouwer]

Over Félix Pyat

  • Félix Pyat: Une tournée en Flandre, in: Revue de Paris (1836), p. 271-304 (ook online beschikbaar)
  • Félix Pyat, zie online op Wikipedia: https://fr.wikipedia.org/wiki/Félix_Pyat
  • Herbert de Vleeschouwer: Félix Pyat bezoekt Gent 1836, in: Ghendtsche Tydinghen (2020), p. 365-375