11 September [1914]. Op straat durf ik het [dagblad] niet te ontplooien (…) Dat ik het op zak heb, is voor mij het bewijs dat Gent niet is ingenomen.

Karel van de Woestijne (1914)

Terug naar index

ALVAREZ, VICENTE

( ?, voor 1520? - Salamanca, na 1571)

In 1548 opperbroodmeester van prins Filips (later koning Filips II van Spanje). Schreef in hetzelfde jaar een verslag van zijn reis naar de Nederlanden, waarbij hij ook in Gent vertoefde.

Men vermoedt dat Vicente Alvarez van Portugese oorsprong was. In zijn testament uit 1571 vroeg hij om in de kathedraal van Valladolid begraven te worden. Alvarez beschreef dezelfde introductiereis van 1548 als Juan Cristóbal Calvete (of Calvet) de Estrella [zie aldaar], maar hij is veel bescheidener in positie en geleerdheid. Zijn doel is een relaas van de reis voor Maria, de dochter van Keizer Karel, die als regentes in Spanje verbleef. Zijn verslag is beknopter dan dat van Juan Calvete de Estrella, wellicht uit angst voor kritiek op zijn beperkingen in stijl en kennis.

Hierdoor bevat het werk echter vooral leerzame weetjes, meestal afwezig in het werk van Calvete. Op het einde van zijn verslag vermeldt Vicente Alvarez meer persoonlijke beschouwingen over dagdagelijkse feiten, zoals de vele drinkgelagen (vooral bier en stomdronken mannen worden als normaal beschouwd) en de beperkte voeding (reuzelsoep en brood) van de Vlamingen. Maar ook dat ze wat beter gekleed gingen dan de Duitsers.

Alvarez verbaasde zich erover weinig tapijten te vinden in de huizen, terwijl ze toch elders vermaard zijn; of sinaasappelen te vinden goedkoper dan in Valladolid. Hij was verwonderd over de algemene properheid, zelfs dat vrouwen altijd op stoelen zitten (in Spanje werd er toen door vrouwen nog vooral op de grond gezeten, na eeuwenlange Moorse invloed). Het contact met het hof en de omgang met buitenlanders geeft de Vlamingen iets meer finesse, meende Alvarez.
In die zin leunt de stijl en de inhoud van zijn relaas dichter aan bij het werk van Antonio de Beatis, maar geeft het ook minder positieve kanten weer. Hij schrijft met grote spontaneïteit en eenvoud die het verslag vaak sappiger maken (aldus de vertaler naar het Frans, M.T. Dovillée).

Vicente Alvarez en Gent

Vicente Alvarez berichtte kort over de Gentse triomfbogen bij de Blijde Intrede van Karel V en zijn zoon Filips in 1548, wetende dat Juan Calvete er vele pagina’s over schreef. Interessanter zijn alweer zijn eigen bijdragen: zo leren we dat over het hele parcours van de stoet beschilderd hout was aangebracht en dat er acht- tot dertienjarige meisjes (sommige getuigen telden er meer dan duizend!), gekleed in wit linnen, op verhoogde stoelen zaten en toortsen vasthielden om het geheel feeëriek op te luisteren.
Hij vergeleek Gent in grootte met Milaan, zei dat het minder bevolkt was dan de vele straten doen uitschijnen en omgeven was door een mooie landstreek. Verder berichtte hij over de oprichting van een groots kasteel (het Spanjaardenkasteel) en dat men probeerde stieren af te richten voor een corrida op de dag van de ‘course des cannes’ [zie bij Juan Calvete de Estrella], maar dat die te zachtaardig bleken en kinderen zelfs aan hun staart trokken. Volgens Alvarez ontbrak het mens en dier in deze streek vooral aan levendigheid.

[Herbert de Vleeschouwer]

Over Vicente Alvarez:

  • Vicente Alvarez: Relation du beau voyage que fit aux Pays-Bas, en 1548, le prince Philippe d'Espagne, notre seigneur (Antwerpen: Martin Nucio, 1551), Universiteitsbibliotheek Gent (BIB.ACC.008536). Een zeer waardevolle Franse vertaling van 1963 door M.T. Dovillée is er ook beschikbaar (BIB.V.008273/3)
  • Geoffrey Parker: The Dutch Revolt (Harmondsworth: Penguin books, 1979), Universiteitsbibliotheek Gent (BIB.ELS.011921), rev. ed. 1985 (BIB.N.065284)
  • Yolanda Rodríguez Pérez: De Tachtigjarige Oorlog in Spaanse ogen (Vantilt, 2003)