terug naar index
Feest van Artevelde

VADERLANDSCHE CANTATE.

 Feest in Vlaanderland!
Roelandt luidt het hooggetije.
Feest in Vlaanderland!
Veurne-Ambacht, Brugsche Vrije,
Land van Waas en Meetjesland,
Land van Aalst en van Cadzand,
Heerlijkheid en Kasselrije,
Heel het vlaamsche vaderland
Sluit met Gent een nieuwen band,
Roelandt luidt het hooggetije.
Feest in Vlaanderland.

En de maagd van Neerland juicht vol blijheid,
            Want ze zegt:
“Vlaandren mint zijn roem nog en zijn vrijheid
           “En zijn recht.
“Vlaandren mint zijn vrijheid en zijn recht.”

O glansrijk verleden,
Rijs op uit uw nacht.
Ontblaâr aan het heden
Wat g’al hebt geleden.
Wat g’al hebt gestreden,
Wat g’al hebt volbracht…

Rijs op! en toon ons Artevelde.
− Een’ kloeke ziel, een klaar verstand −
Die goed en bloed ten pande stelde,
Voor ’t heil van ’t dierbaar vaderland.
Die al de vlaamsche zustersteden,
Vereenen wilde in sterken bond.
Die elke dwinglandij weerstond.
En eigen aart en eigen zeden
Herleven deed op zijn grond.

Tuig het, plaats die wij begroeten,
Tuig het, heuglijk Vrijdagveld.
Spreek ons van de grootsche daden
Van den vlaamschen burgerheld.
Tuig dat hij, voor ’t heil van Vlaanderen
Hier vertrapt heeft ’t vreemd geweld
En dat hij den trots van Rome
Magtloos hier heeft neergeveld.

Daar gaat men aan het strijden,
Het krijgsrumoer verzwaart.
De honger en het lijden
Jaagt ’t volk van huis en haard.

Te wapen!... En de moeder,
Vliedt met haar kind van kant.
En broeder tegen broeder,
Grijpt ’t moordtuig in de hand.

Te wapen!... buurt en wijken
Staan voor het strijden klaar
Maar Vlaandren gaat bezwijken:
Neen! – Artevelde is daar.

Wie herbracht hier de rust op een teeken
            Van zijn hand?
Wie omving al de strijders als broedren
            In een band?
’t Was ons Ruwaart, ons roem en de roem van het land.
Hij herbragt hier de rust op een teeken.
            Van zijn hand.

Wie vond werk voor het volk door het lijden
            Overmand?
Wie verbond aan het nijvrige Vlaandren
            ’t Britsche strand.
’t Was ons Ruwaart, ons roem en de roem van het land.
Hij vond werk voor het volk door het lijden
            Overmand.

Wie stond recht als ons Vlaandren verraden
            Lag aan band?
En wie sloeg op hun beurt de tirannen.
            Neer in ’t zand?
’t Was ons Ruwaart, ons roem en de roem van het land.
Hij stond recht als ons Vlaandren verraden
            Lag aan band.

Toch viel de held, want vuige landsverraadren
            Bedrogen onze vaadren.
De held die streed voor Gent in ’t hoogst gevaar,
            Hij viel… als Martelaar…

O zoenlamp, somber aan het branden,
Als rouwicht voor een sombre feit.
De beden rijzen, reine offranden.
Naar d’eeuwge Gods gerechtigheid
Gij ziet de menigte aan uw voeten,
Met vaderlandsche smart bezield.
            Zij klaagt en knielt.
Om hou en trou haar schuld te boeten:
            Zij klaagt en knielt.

Maar Gent, neen, sta op, want verdreven,
Want weg is de schande voor goed.
O Vlaandren, gij moogt nu herleven,
Daar Gent zijnen volksheld begroet.
Verlost van den band die u knelde,
Zie trotsch en gerust naar omhoog!
Daar rijst en daar leeft voor uw oog
Het beeld van uw zoon, Artevelde.

Uit:

Napoleon Destanberg: Al de liberale liedjes en gedichten, 1846-1866 (1866), p. 187-189



Vind dit boek in de bibliotheek Gent