terug naar index
Fakkeltocht Kouter

Alles gaat zo snel. Het zal dit jaar ook al drie jaar geleden zijn dat die arme Nathalie S. overleden is. Háár heb ik wel ontmoet, heel vaak zelfs: na de Hebreeuwse les. Negentienzevenenzeventig. Ze moet toen een jaar of elf zijn geweest. Ik herinner mij dat ze dol was op pralines. Het was een stil en introvert meisje en zoals wel vaker bij verstandige kinderen voorkomt: nogal verlegen. En soms nerveus. We zijn samen één keer op het achturenjournaal te zien geweest. Het was acht december 1977 en de Joodse gemeenschap van Gent organiseerde een fakkeloptocht voor de vrijlating van Anatoli Tsjaranski. Ik herinner mij die datum nog zo goed omdat ik twee dagen tevoren vader geworden was van een zoon: Mendel Chaïm. (Ja, ik krijg soms vreemde sinterklaasgeschenken. Dit terzijde.) De fakkeloptocht werd georganiseerd door bakker Bloch. Eindpunt van de optocht: de Gentse Kouter. Waarom daar precies? Omdat uitgerekend dáár tijdens de oorlog de Gestapo zijn hoofdkwartier had.* (Is Gestapo mannelijk?) Er werden allerlei toespraken gehouden, ook door niet-Joden, en de televisie was er. Een en ander duurde nogal lang. Nathalie S. stond naast mij, ik hield een spandoek vast: CBO?O?A   ??A EBREEB C CCP. Minstens twee keer hield iemand zijn fakkel veel te dicht tegen Nathalie S. zodat zij bijna vlam vatte.

In 1980 zou ik een punt zetten achter mijn Hebreeuwse lessen. Nathalie S. verdween uit mijn blikveld, precies zoals toen vele anderen uit mijn blikveld zouden beginnen te verdwijnen: mijn huisgenote, mijn zoon, en vrijwel al mijn "vrienden". Het leven, nietwaar. Het zou duren tot 1990. Nathalie S. was intussen assistente aan de universiteit geworden. Ze vertrok, voor een of ander symposium, naar Jersey. Zij is er op 10 september 1990 omgekomen in een brand. Wat dertien jaar geleden op de Kouter niet gelukt was, lukte nu wel. Ik denk dikwijls aan haar en bezit één piepklein fotootje waarop wij naast elkaar staan. Dat is alles. Verdriet.

* Waar nu een zelfbedieningsrestaurant is. (anno 1993, nvdr)

Uit:
Eriek Verpale: Olivetti 82 (1993), p. 102-103


Vind dit boek in de bibliotheek Gent