terug naar index
Door de laatste bladeren

Door de laatste bladeren
nogmaals mijn stap. Mijn schaduw
eensklaps vastgenageld van haast
voorstelbaar een hand op mijn schouder.

Vreselijk dit ogenblik schijn
waarin ik uiteenval als een
bouwvallig huis, losgeraakt uit
de veilige greep van de binnenstad.

Zo stellen wij ons de dagen voor:
jij een flits, troostend aanwezig
in de val van een blad
of wat geritsel in de struiken.

Uit:
Francine Notteboom: De kring rond de maan (1985), p. 49


Vind dit boek in de bibliotheek Gent