terug naar index
Alarm in Gent

Tijdens een bezoek aan Gent ving Willem Elsschot een gesprek op in een typisch bourgeois-taaltje. Hij doopte de types madame (Loulou) Matthijs en monsieur de Dottenijs, en zette de mengeling van slecht Frans en Gents dialect om in dichtvorm.

Als zij elkaar op straat ontmoeten
is ’t een kwelen, is ’t een groeten:
tiens, monsieur de Dottenijs,
oh, bonjour madame Matthijs.

Alles wel? Oh oui, oh oui,
ha-ha-ha en hi-hi-hi.
Moi aussi, ah nom d’un chien.
En de kinders? Oh, très bien.

Maar wat zie ik in een wip?
Is dat niet dien vuilen type?
Joat. Hij is ‘t. Ce sale vendu.
Cache-moi sous ton paraplu.

Wat verkocht dienen salaud?
Mais aux Boches des marrons chauds.
On m’a dit du wijnazijn.
‘t Moet toch ‘t een of ‘t ander zijn.

Ouf, hij is nu gepasseerd.
Ik was danig gegêneerd.
Is hij pas niet geacquitteerd?
Joat. Hij wordt gedecoreerd.

Pas un mot ma chère Loulou.
Ik houd ook mijn muile toe,
Want ‘k ben lelijk geëmbêteerd:
zo vlak naast ons gepasseerd.

Niemand is nog gerust in Gent
met dien vuilen, viezen vent.
Bien des choses, madame Matthijs.
Au revoir, de Dottenijs.

Uit:
Willem Elsschot, in: Marco Daane en Dirk Leyman: Gent de dubbelzinnige (2002), p. 210-211



Vind dit boek in de bibliotheek Gent