een plein in de stad waar de liefde je loutert, / een liefde die geen blad voor de mond neemt, / een mond die zich aanbiedt, een kus op de Kouter.

Lut de Block (2002)

Terug naar index

DE CLOET, FRANK

(Gent, 24.07.1959 - )

Gentse sportjournalist, prozaschrijver en reisblogger. In DKW Junior evoceert hij in korte impressies de opgang van een middenklassegezin in de jaren zestig en begin zeventig van vorige eeuw. Vooral de beschrijving van zijn jeugd in de wijk Ter Platen/Heuvelpoort levert veel details op over de Gentse straten, winkels en binnenscheepvaart.

Frank de Cloet werd geboren in Gent en groeide er op, eerst aan de Ottergemsesteenweg 201, nadien op Ter Platen 71 (nu 78). Bij het begin van zijn lagere schooltijd woonde het gezin De Cloet een korte periode in Sint-Niklaas. Vanaf het derde leerjaar ging hij naar de Lagere Oefenschool in de Gentse Ledeganckstraat. Middelbaar onderwijs volgde hij aan het Koninklijk Atheneum Hofbouwlaan. Daarna studeerde hij vertaler-tolk aan het PIHO (Henleykaai). Vandaag woont hij in Merelbeke.

Vanaf jonge leeftijd was Frank de Cloet lid van de Koninklijke Atletiek Associate Gent (KAAG Atletiek). Hij werd er als atleet tienkampbeoefenaar en later zelfs ondervoorzitter (2000-2008). Beroepsmatig was hij sportverslaggever atletiek bij Dagblad Vooruit, nadien bij Het Volk. Van zijn hand verscheen in 2000 het boek ARAG - KAAG ATLETIEK 1864-2000, vol heroïsche verhalen, uitslagen en levendige details (uit zijn omvangrijk persoonlijk archief), met cursiefjes van Johan de Vos.

Maar hij koesterde ook grote bewondering voor enkele Duitstalige schrijvers, zoals de Joods-Oostenrijkse Joseph Roth, professor-jurist en Der Vorleser-romanschrijver Bernhard Schlink, en ook voor de Oekraïnse schrijver Anatoli Rybakov.
De Cloet schreef zelf reisblogs over zijn tochten naar Engeland en Berlijn, door de Verenigde Staten en Zuid-Afrika, of over trektochten met zijn Gentse kompaan, architect en cartoon-/striptekenaar Serge Demaere door de Franse nationale parken en de Poolse Tatra.

DKW Junior: een uiterst nauwkeurige observatie

In zijn debuut DKW Junior (2020) fileerde De Cloet messcherp de opgang van een middenklassengezin in de jaren zestig en begin zeventig van vorige eeuw. De auteur beschreef vooral zijn jeugd in de wijk Ter Platen/Heuvelpoort, met veel details over de Gentse straten, (inmiddels verdwenen) winkels en de vroegere binnenscheepvaart.

Er zijn romans waarvan de zin en de betekenis maar duidelijk worden op het einde. Soms zelfs in de slotzin. DKW Junior, waarmee de eerste auto van zijn vader wordt bedoeld, opent met een donker beeld: “Het is een grauwe zaterdag als we aan de Gentse Dampoort de Antwerpsesteenweg oprijden naar Sint-Niklaas.” Dan volgt een eindeloze reeks vertellingen, te situeren tussen 1965 en 1972, over de avonturen die de kleine Frank beleefde met zijn ouders en talloze nonkels en tantes. Door de figuur van het kind dat in zijn eenzaamheid het doen en laten van de volwassenen uiterst nauwkeurig observeert maar slechts half begrijpt, schetst de schrijver een bijwijlen pijnlijk aandoend tijdsbeeld.
Frank de Cloets impressies slepen de lezer mee door zijn jeugdjaren; ze zijn helder geschreven, met suggestieve toetsen. Coverontwerp en tekeningen van Serge Demaere verlenen aan het boek de luchtige, humoristische toets die ook geregeld in de tekst opduikt.

In DKW Junior komen tal van verdwenen plaatsen en gebruiken voor, die samenhangen met de scheepvaart en de industrie in de omgeving van Ter Platen: onder meer de Gandamolens (Stropkaai), de binnenscheepvaart tot in het stadscentrum (Ter Platen), Estaminet Den Aanleg (Filips de Goedekaai).
Ook de wijk Zwijnaardsesteenweg/Heuvelpoort komt ruimschoots aan bod in DKW Junior: Cinema Metro — op de kaft afgebeeld —, en veel inmiddels verdwenen handelaars en winkels: kapster Picha, loodgieter De Bontridder, Meubelpark Heyndrickx, De Ster. Maar ook twee overlevers, vlakbij de Heuvelpoort: hoedenwinkel Gelaude en boekhandel Walry.

[Johan de Vos]

Over Frank de Cloet