En is het niet aan het oude ras van trotse burgers, aan de verbeten, bijna religieuze arbeidslust (...), dat de stad die morele, intellectuele en fysieke kracht dankt.

Giuseppe Ungaretti (1933)

ZONDER DEN WERKMAN

Terug naar index

Zonder den werkman

ZANGWIJZE: De la robe et des bottes.

I.

Gij die verwaand den werkman durft versmaden,
Aan zulk een dwaas richt ik vooral mijn lied.
Die enkel zoekt om in genot te baden,
Die maar u zelf in gantsch de schepping ziet.
Hoe kunt ge zoo uw nietigheid vergeten?
Wie kookt uw disch, wie perst uw kostbren wijn?
Wie brengt u drank en wie bezorgt u eten?
Wat zoudt ge zonder werkvolk zijn?

II.

’t Is feest volop: de luchters en kristalen,
Een stargewelf, verspreiden licht en glans.
Geen pen, hoe fiksch, zou al die weelde malen,
Die tooverpracht bij ’t warlen van den dans.
Mevrouwkens, fier op ’t vleien van die heeren
Gij zijt uw schoon vaak schuldig aan ’t satijn.
En wie maakt u uw rijke zijden kleeren?
Wat zoudt ge zonder ’t werkvolk zijn?

III.

Hé! uit den weg! hé, lompert! gare! gare! –
Zoo klinkt de stem van Monseigneur koetsier.
Ik kom daar heen en ‘k hoor een droeve mare:
Een werkman plat gereden als een dier!
Hun eigen werk verplettert de arme slaven.
Hadt gij ze niet tot ’t maken van uw trein,
Ge zoudt te voet gelijk de lomperts draven.
Wat zoudt ge zonder ’t werkvolk zijn?

IV.

En als het lot die heerkens roept ten strijde,
Ze blijven thuis bij ’t moederlijk gestreef.
Dat ’t volkskind voor wat geld hen niet bevrijdde.
God! wat soldaatjes van gebakken meel.
Dat gaat u niet, hein? al dat nedersaavlen.
- Oh! quelle horreur! C’est bon pour un vilain! –
Maar mee wat geld kunt gij uw eere kaavlen.
Wat zoudt ge zonder ’t werkvolk zijn?

V.

Maar ‘k hoor u reeds met onbeschaamdheid snoeven.
- “Bah! werken zij, ze doen het niet voor niet,
“Fi donc! laat ons gerust met al uw boeven!
C’est insolent! au diable met uw lied!
Maar al uw geld zal dat u voedsel geven?
Uw geld! maar zijn dit kleeren, woonst en wijn?
Op tonnen gouds zoudt gij van honger sneven!
Wat zoudt ge zonder ’t werkvolk zijn?

VI.

Welnu! ‘k verzoek u ’t werkvolk wat te sparen.
Niet in den naam van Broedermin en God.
Dat ’s raas voor u, dat moet men laten varen,
Die heilige taal bestempelt gij met spot.
Maar werpt g’ een blik op al uw rijke zalen
En zegt ge trotsch: dit alles is hier ’t mijn.
Ge moet dan ook eens in u zelf herhalen:
Wat zou ik zonder ’t werkvolk zijn?

Vind dit boek in de bibliotheek Gent

Interne links

[Auteurs] Destanberg, Napoleon