… vrees voor 't zelfbehoud? O neen, neen, van wat belang is thans desnoods een menschenleven min of meer. Doch... al die arme jongens prijs gegeven aan verminking en aan dood!

Virginie Loveling (1914)

HIJ STAAT ER!

Terug naar index

Hij staat er!

STEMME: ’t Zijn de jongens van Gent.

Daar staat ons goeden Jaak,
Ons braven Artevelde.
Die ’t al te pande stelde,
Voor Vlaandren en zijn zaak.
Daar staat ons Artevelde.
Ons brave, goede Jaak!

I.

’t Heeft lang geduurd, ik dee mijn beste,
Ik heb voor ’t standbeeld straf gewerkt.
Maar al die moed heeft, wint op ’t leste:
Hij staat toch op de Vrijdagmerkt.
Daar staat ons goeden Jaak, enz.

II.

Waar keizer Karel stond te pronken,
Daar staat nu onzen vlaamschen held.
De Keizer is in ’t niet verzonken,
Da komt van al da boos geweld.
Daar staat ons goeden Jaak, enz.

III.

Als wij vertroosting moeten zoeken
Of zucht ons Vlaandren in de smert,
Wij gaan eens onzen Jaak bezoeken,
Hij spreekt ons weder moed in ’t hert.
Daar staat ons goeden Jaak, enz.

IV.

Blijft vree en heil voor Vlaanderen blinken,
Vergaat ons hoop in geenen rook,
Dan mogen wij een pintje drinken,
Wel! onzen Jaak die mogt dat ook.
Daar staat ons goeden Jaak, enz.

V.

Zoo dus, niet achteruit geweken,
En hert aan hert in broederband….
Op Gent en op de vlaamsche streken,
Reikt Jaak een gulle vaderhand.
Daar staat ons goeden Jaak, enz.

Vind dit boek in de bibliotheek Gent

Interne links

[Auteurs] Destanberg, Napoleon