Hommage aan dichter Stefan Hertmans in Minard

In een heldere laudatio, als inleiding op het poëziefeest in de Minard op dinsdag 4 september 2018, wees em. prof. dr. Anne Marie Musschoot op thema’s in Stefan Hertmans' nieuwe dichtbundel zoals de herinnering aan zijn persoonlijk verleden en de opname van geliefde oude meesters (dichters, schilders).

In Onder een koperen hemel zijn ook vele Gentse sporen en verwijzingen prachtig verwerkt: in het begin van de dichtbundel in speelse Frans-Gentse woorden: “Nivérance” en “bise-baise” staan respectievelijk voor nieverans (nergens) en biezebaaze (schommel). En ook nog in een fijnzinnig moedergedicht.

De Gentse omgeving krijgt een rijke natuurlijke en kunstzinnige invulling in het gedicht Merelbeke revisited, met respectievelijk “weiden”, “grazende vogels”, “wolken” en dichters (Bashô, Borges…) en schilders (“doeken van lang gestorven meesters”); het gedicht breidt zo ook zijn ironische, bekende autobiografische roman Naar Merelbeke (1994) uit.

Centraal in de dichtbundel staan vijf gedichten die verwijzen naar de schoonheid van de Italiaanse Renaissanceschilders. Het eerste gedicht Giotto’s hemel herinnert aan Giotto’s fresco De aanbidding der wijzen (gedateerd 1304-1306) in Padua, waarvan de vuurbal met staart op het schilderij (komeet Halley), ook de kaft van de nieuwe dichtbundel tooit. In 2012 verscheen ook een bibliofiele editie van Ergo Pers (Gent) met de vijf gedichten van Hertmans onder dezelfde titel Giotto’s hemel en met etsen van de bevriende Gentse beeldend kunstenaar Karel Dierickx (1940-2014).

Bijzonder in de dichtbundel zijn ook de vier gedichten over de Eerste Wereldoorlog die rechtstreeks verwijzen naar Hertmans’ grootvader en soldaat Urbain Martien in zijn ondertussen beroemde roman Oorlog en terpentijn (2013).

Hertmans voert ook in zijn nieuwe dichtbundel belangrijke Nederlandstalige dichters op, waaraan hij schatplichtig is. Eerst, de Nederlandse dichter Hans Faverey (1933-1990), die hij “Prins der Dichters” noemt in een gedicht gesitueerd in het Gentse Sint-Elisabethbegijnhof, waar Faverey op 19 april 1989 voor het laatst in Vlaanderen uit zijn oeuvre voorlas. Vervolgens, op het einde van zijn dichtbundel, de Gentse en Vlaamse gigant Karel van de Woestijne (1878-1929), in het gedicht Zuidpark en Woestijne, een prachtige pastiche op gedichten van de oude meester en een herinnering aan diens verdwenen bronzen borstbeeld van Jozef Cantré in het Koning Albertpark.

Meer info over de nieuwe dichtbundel Onder een koperen hemel lees je in het artikel van Jeroen Dera in De Standaard der Letteren (21/9/2018), zie (met een Mijn Bibliotheek-account) gent.bibliotheek.be/krantenarchief/

Meer info over Stefan Hertmans en Gent, zie het lemma op deze website: lexicon/auteurs/hertmans-stefan/