terug naar index
Vereniging van Oostvlaamse Letterkundigen

(1954-1975?) 

De V.O.L. werd, na een voorbereidende vergadering op 16 mei 1954, gesticht op 3 juni 1954, in de bovenzaal van het Arteveldehuis (of de Arteveldeclub), aan de Paddenhoek te Gent. Initiatiefnemers waren Gaston Martens, Filip de Pillecyn, Paul de Keyser en Hugo Tomme (leden van de in 1948 opgerichte Vereniging van Vereniging van Katholieke Oost-Vlaamse Schrijvers). De Arteveldeclub zou de thuishaven van de V.O.L. blijven.
Aanvankelijk was het de bedoeling, te komen tot één vereniging van àlle Oost-Vlaamse schrijvers. Daarom werd contact opgenomen met Pan : Kring van Oost-Vlaamse Letterkundigen die reeds bestond vanaf 1939. Deze laatste beschouwde zich echter als een onpartijdige eenheidsvereniging en wenste zijn zelfstandigheid niet op te geven. De initiatiefnemers van de V.O.L. gingen door met hun voornemen. 

De oprichting van weer een Oost-Vlaamse literaire vereniging – naast de twee reeds bestaande – werd niet door iedereen op gejuich onthaald. Zo zette Louis Paul Boon in een Boontje (in Vooruit van 24 juli 1954) zich af tegen dergelijke initiatieven in het algemeen. “Ondertussen vertik ik het nog steeds lid te worden van om het even welke vereniging van letterkundigen”, schreef hij. “Als het inderdaad een vakbond zou worden waaraan ik mijn bijdrage lever om mij maatschappelijk en moreel gesteund te weten, dan ja... Doch als het slechts is om gezamenlijk een blaadje uit te geven (...), God, dan blijf ik  liever lid van de verenigde Konijnenstropers der Kluisbossen, onder motto “elke zondag eentje in de pot”. Daar tenminste heeft men nog de indruk, iets te doen dat menselijk en verboden is”.  

De voornaamste doelstellingen van de V.O.L. waren (volgens de op 6 februari 1956 goedgekeurde statuten): het bevorderen van de cultuur en de Nederlandse letteren in Oost-Vlaanderen in het algemeen, het behartigen van de beroepsbelangen en van de beroepsstanding van haar leden, het scheppen van een heilzame solidariteit onder alle Oost-Vlaamse schrijvers, het bevorderen van contacten tussen schrijvers en publiek. Reeds vlug zag men in dat het syndicaal doel – het behartigen van de beroepsbelangen in brede zin – te hoog gegrepen was. Niettemin zou de vereniging bijvoorbeeld het publiceren en het vertalen van werken, maar ook het opvoeren van toneelstukken van haar leden, blijven stimuleren.  

De vereniging benadrukte van bij het begin haar pluralistisch karakter. Van haar leden werd “geen kleurloosheid, maar verdraagzaamheid, fair-play en onderlinge solidariteit” verwacht. In haar rangen mocht geen tegenstelling bestaan tussen links en rechts of tussen christelijk en vrijzinnig; haar acties moesten “boven elke kapel of groep” verheven zijn. Waar mogelijk werd samengewerkt met de (eveneens in Gent gevestigde) Vereniging van Katholieke Oost-Vlaamse Schrijvers en met de vrijzinnige Pan : Kring van Oost-Vlaamse Letterkundigen. Veel V.O.L.-leden waren ten andere ook lid hetzij van de V.K.O.S., hetzij van Pan.   

Al korte tijd na haar oprichting telde de V.O.L. een zeventigtal leden en dat zou door de jaren heen het gemiddelde blijven. Zowat 60% van deze leden kwamen uit het Gentse. In een van de vroege nummers van het Informatiebulletin van de V.O.L. werd Gent dan ook “het centrum van onze werking” genoemd. 

Activiteiten   

Van bij haar start nam de V.O.L. een indrukwekkende reeks initiatieven. Voor haar leden publiceerde zij een Mededelingsbulletin (dat verschillende titels zou krijgen), werd een heuse Artistenclub (een ontmoetingscentrum met o.m. een bibliotheek) ingericht, werden schrijverscontactdagen, geregeld gezamenlijke uitstappen (bv. Scheldevaarten), literaire diners, bezoeken aan ateliers van kunstenaars georganiseerd; verjarende of onderscheiden leden werden gehuldigd, overleden leden werden herdacht en enkele literaire prijzen werden uitgeschreven.
Nadat in 1955 – mede door toedoen van de V.O.L. – in Gent een Vlaamse afdeling van de (Belgische) Kamer voor Vertalers, Tolken en Philologen werd opgericht (gevestigd in de Weldadigheidsstraat in Sint-Amandsberg), groeide in 1956 uit de schoot van de V.O.L. een Internationaal Literair en Toneelagentschap (ILITA) dat als belangrijk doel had, de vertaling van literair werk te bevorderen. Dit agentschap werd geleid door Hugo Tomme, algmeen secretaris van de V.O.L.  

Meer naar het publiek toe werden in verschillende Oost-Vlaamse steden (maar vooral in Gent) boekenbeurzen of “boekenshows” georganiseerd (bv. in 1955 een “Oostvlaamse Boekenschouw” in een Gents grootwarenhuis), enkele daarvan met internationaal karakter. Er werd meegewerkt aan door anderen (bv. de stad Gent) ingerichte boekenbeurzen. Talrijke voordrachtavonden, literaire forums evenals debatten met V.O.L.-leden en met andere (ook buitenlandse) auteurs werden georganiseerd. In de jaren 1965-1968 gebeurde dat zelfs in reeksverband, aanvankelijk in samenwerking met de vereniging Germania-Gent. Per winterseizoen werden een vijftal “Dinsdagmiddagen van de poëzie” georganiseerd.  

Twee literaire jaarboeken (Letterkundige almanakken) en een poëziebloemlezing (Van 20 dichters) werden gepubliceerd. Van andere publicatieplannen moest om financiële redenen worden afgezien. Om de uitgave van werken of de opvoering van toneelstukken mogelijk te maken werd een Sociaal Fonds “Gaston Martens” opgericht. 

Bij dat alles moet wel worden gezegd dat – afgaande op de berichten in het Mededelingsbulletin – het enthousiasme (of de mogelijkheden) voor die opvallende veelheid aan initiatieven na een vijftal jaren ietwat bekoelde. De periodiciteit van genoemd bulletin is in dat opzicht sprekend: waar het aanvankelijk maandelijks of tweemaandelijks verscheen (aangevuld met gelegenheids-nieuwsbrieven), werd het vanaf 1959 nog maar tweemaal en vanaf 1960 nog maar éénmaal per jaar uitgebracht. Het jaarbulletin voor 1967 sloot de reeks af. Toch blijkt de V.O.L. nadien nog enkele jaren te hebben bestaan: in de administratieve verslagen van de stad Gent staan tot en met 1970 toelagen geboekstaafd. Ook in het Cultuureel jaarboek van het provinciebestuur werden (tot en met 1971) toelagen vermeld. Uit de provinciale betoelagingsdossiers blijken, voor de jaren 1970 t/m 1972, enkel nog de “Dinsdmiddagen van de poëzie” als activiteit gemeld te zijn. Bovendien spreken de Lustrumboeken van het Nederlandstoneel Gent van “Middagen van de poëzie” die in de periode 1968 tot 1975 werden ingericht door het NTG, in samenwerking met de Vereniging van Oostvlaamse Letterkundigen. Waren dit nadagen van een vereniging die enkel nog in naam bestond?  

Het provinciebestuur deed – zeker tot in 1975 – meerdere pogingen om de drie literaire verenigingen die tegelijk bestonden in Gent (de V.O.L., Pan en de K.V.O.S.) te bewegen tot het vormen van één enkele letterkundige vereniging. Vergeefs. 

[Frans Heymans]

 Over de V.O.L.: