terug naar index
Poëziecentrum

(Gent, 1980-)  

Informatie-, documentatie- en studiecentrum voor Nederlandstalige poëzie en buitenlandse poëzie in Nederlandse vertaling, met focus op de periode vanaf 1945. Het Gentse Poëziecentrum werd opgericht door Willy Tibergien en medewerkers van de Poëziekrant. Het opende op 16 september 1980 aan de Sint-Kwintensberg 65A officieel de deuren. 

Cursussen, een systematisch knipselarchief en een omvangrijke poëziecollectie ondersteunden van begin af de informatiefunctie. Behalve de werkbibliotheek met intussen ongeveer 50.000 boeken met en over poëzie, ruim vijfhonderd literaire tijdschriften uit Vlaanderen en Nederland en audiovisuele poëzie, kwam ook een rariteitenkabinet tot stand met gebottelde gedichten en in perspex gegoten poëzie.
Toen het Europese Poëziecentrum in Leuven ophield te bestaan nam het Gentse Poëziecentrum een gedeelte van de Europese poëziebibliotheek over. Sinds1998 herbergt het ook de collectie Ernst van Heerden, ruim 600 titels met en over Zuid-Afrikaanse poëzie.  

Het belangrijkste beleidspunt was de democratisering van poëzie: gedichten moesten uit hun ivoren toren naar de Gentse Veldstraat gebracht worden (waar poëzie-acties op straat plaats vonden) en niet enkel op de Boekenbeurs, de poëziezomer in Watou of het Rotterdamse Poetry International-festival te horen zijn. “Een marginaal maar superieur, een broos maar wonderlijk genre in leven houden, zoveel mogelijk mensen zo vaak mogelijk confronteren met poëzie en dichters”, omschreef Willy Tibergien zijn opdracht. In samenwerking met de Nederlandse Stichting Plint bood het daarom voor scholen ook poëzie aan op kleurenposters. Via de Poëzietelefoon kon vanaf 1 november 1983 wekelijks een ander gedicht beluisterd worden, in 1984-1985 coördineerde het Poëziecentrum ook Teletekst Literair, een experiment van NOS en BRT voor elektronische literatuur avant-la-lettre. Herhaaldelijk lanceerde het Centrum poëziecampagnes onder het devies “Geen punt achter poëzie,” (mét komma) of  “Wat dichters schrijven, willen wij laten lezen”.
De verhuizing naar het Toreken in 2003 werd begeleid door een opmerkelijke publiciteitscampagne waarin Gezelle en Van Ostaijen de lezer virtueel naar zowel traditionele als hedendaagse poëzie-uitingen gidsten. 

Organisatorisch veelzijdig 

Als mede-organisator van de Vlaamse Poëziedagen, de Basiel de Craeneprijs voor debutanten en de Dichter bij jeugd-poëziewedstrijd (i.s.m. Jeugdboekenweek Tielt) werd het Poëziecentrum steeds veelzijdiger. Het herbergde ook de Vlaamse redactie van Aarts letterkundige almanak, zette de oudste poëziereeks van Vlaanderen verder (De bladen voor de poëzie) en gaf korte tijd het infoblad Poëziekoerier uit. Naast de Poëziekrant, begon het Poëziecentrum bij zijn tienjarig bestaan met de uitgave van drie klassieke poëziebloemlezingen (Gezelle, Van de Woestijne en Van Ostaijen). Daarna volgden de prestigieuze reeks Dichters van nu en succesvolle overzichtsbundels als Dichters van deze tijd (Brems,1990) en Geen dag zonder liefde(Van Vliet,1994). Het Gentse Poëziecentrum ondersteunde ook literaire tentoonstellingen in Leiden en Tilburg en zette zelf exposities op als O, ver(s) zicht : een kwarteeuw Vlaamse poëzie 1960-1985 (1988) en Poëzie en chanson (1990).
Na1990 drong zich een stevige professionalisering op en groeide het Poëziecentrum uit tot een uniek referentiepunt. Gerrit Komrij kampeerde er meermaals voor de samenstelling van zijn roemruchte poëziebloemlezingen.  

Het Poëziecentrum werd om zijn aandacht voor kinder- en jeugdpoëzie bekroond met de Ben Reyndersprijs 2003, ontving in 1985 de Louis Paul Boonprijs van de Gentse vereniging Honest Arts Movement en werd in 1995 Cultureel Ambassadeur van Vlaanderen. Willy Tibergien zelf ontving voor zijn onverdroten inzet voor de poëzie in 1993 de Nederlandse ’s Gravesandeprijs.  

Het Poëziecentrum en Gent  

Het Poëziecentrum positioneerde zich in Gent als een literaire instelling voor moderne Nederlandstalige poëzie, die van de studentenbuurt opschoof naar de historische stadskern, en van de marge van het literaire veld naar een centraal referentiepunt voor poëzie in de Lage Landen. Het vestigde zich in 1980 in hetzelfde pand waar de poëziewinkel Candid van Guido Lauwaert en Ann Lemaitre net ter ziele gegaan was, op de Sint-Kwintensberg 65A, verhuisde in 1986 naar de Hoornstraat 11 en in 2003 naar het Toreken, het vijftiende-eeuwse gildenhuis van de huidenvetters aan deVrijdagmarkt 36.
Hoewel het in een Europese context opereerde, werd het vooral een drempelloos toevluchtsoord voor wie in Gent en in Vlaanderen met poëzie begaan was. Tom Lanoye was er als jonge dichter-performer kind aan huis, poëzietenoren als Stefan Hertmans en Roland Jooris gaven er belangrijke dichtbundels uit. Het Poëziecentrum verankerde zich gaandeweg door allerlei evenementen en publicaties stevig in de stad Gent.  

Publicaties 

Vanaf 1983 richtte Tibergien in de Hoornstraat ook een eigen poëzie-uitgeverij en een poëziewinkel op, die – hoewel financieel onafhankelijk – deel uitmaakten van het imago van het Gentse Poëziecentrum. In de reeks De bladen voor de poëzie en bij de uitgeverij Poëziecentrum verschenen heel wat bundels van Gentse of met Gent verbonden dichters (Roel Richelieu van Londersele, Jo Verbrugghen, Stefan Hertmans, Jean-Marie de Smet, Paul van Loon, Jean-Paul den Haerynck, Guido van Hercke, Ivan Ollevier, enz. ) Het centrum verleende ook zijn medewerking aan talrijke gelegenheidsuitgaven (dichtwedstrijden, Gentse Poëzieroute, Gedichtendag). 

Manifestaties 

De Middagen van de Poëzie die eerder in de KNS op het Sint-Baafsplein plaats hadden, werden door het Poëziecentrum voortgezet in de Aula van de Universiteit in de Voldersstraat, en later in de Stedelijke Openbare Bibliotheek (Zuid) en op de zolder van het Toreken aan de Vrijdagmarkt. In de zomer van 1986 doopte het Poëziecentrum i.s.m. Guido Lauwaert de stad om tot Gent-Poëziestad met gedichtenposters op 300 ramen. In 1988 pakte het Poëziecentrum uit met een overzichtstentoonstelling van de recente Vlaamse poëzie (1960-1985), O,ver(s) zicht, die in première ging in het Gentse Floraliapaleis tijdens de actie ‘Vlaanderen leeft ‘(21 oktober-3 november 1988). Het Poëziecentrum organiseerde ook zes edities van het Gentse Poëziefestival “VersMacht in de nacht” en twee Internationale Poëziefestivals in Gent. In 1995 realiseerden studenten van het Hoger Instituut voor Visuele Kommunikatie en Vormgeving in Genk poëtische grafschriften en een witte hoogdrempelige toegangspoort met gedichten van Paul van Ostaijen in de Hoornstraat. In 2000 initieerde het Poëziecentrum samen met de Hotsy Totsy, Honest Arts Movement en de vzw Gent 1500-2000 de Gentse Poëzieroute, die vanaf de voordeur van het Poëziecentrum op de Vrijdagmarkt door de historische stadskern naar het SMAK in het Citadelpark leidt. Het Poëziecentrum droeg vanaf 2002 aan de stad Gent ook de kandidaten voor die tot stadsdichter van Gent benoemd werden.

[Jean-Paul den Haerynck]

Over het Poëziecentrum: