terug naar index
Leesgezelschap der Gentse Wevers

Dit leesgezelschap (ook Leeskabinet der Gentse Wevers genoemd) werd opgericht in 1860, in volle katoenkrisis en sluiting van tal van fabrieken. Een dertigtal meer ontwikkelde, vooral jongere leden van de Maatschappij der Broederlijke Wevers richtten met spaarpenningen van de leden, een bibliotheek op. Hun bedoeling was (aldus art. 2 van het op 2 december 1860 uitvoerbaar verklaarde reglement): “onderwijs en beschaving; een boekzaal en leeskamer in te richten waar de leden boeken, tijdschriften en dagbladen tot lezing bekomen”. Verder zouden er “lessen in vlaamsche en fransche taal gegeven worden om te leren lezen, schrijven, het opstellen van brieven, rekenen en andere nuttige wetenschappen...”.
Het “startkapitaal” bestond uit 72 frank: één frank van elk der dertig stichtende leden en 42 frank van de Weversmaatschappij. Daarmee werden de werken van Hendrik Conscience aangekocht.
Aanvankelijk waren er strubbelingen omdat het Bestuur van de Broederlijke Wevers in een reglement bepaalde dat alle aan te kopen werken eerst door de bestuursleden moesten gelezen worden, teneinde “werken met een enigszins vrijzinnige strekking” te weren. Dit was tegen de bedoeling van de stichters die ervan overtuigd waren dat lectuur geestelijke ontvoogding meebracht als men zich maar wist te bevrijden van de godsdienstige letterkunde. Deze onenigheid leidde tot het verzelfstandigen van de bibliotheek (waarvan de toegang voorbehouden bleef voor de leden van de Broederlijke Wevers).
Het ledenaantal nam snel toe; de collectie groeide uit tot enkele honderden boeken. Het werd een der “vrijzinnigste volksboekerijen der stad”, aldus Paul Verbauwen die verder getuigde: “De leerrijke voordrachten en discussiën, soms ook wel onstuimige zittingen en vergaderingen waren zoveel lessen, die de opvoeding maakten van allen die later een rol zouden vervullen in de werkersbeweging. Zij maakten later de besturen uit van veel maatschappijen, en wij waren het die in den schoot dier maatschappijen de gedachten van vooruitgang dierven verdedigen. Het Leesgezelschap heeft voor 90% deel aan de democratische beweging die later volgde. Het waren de leden van Het Leesgezelschap die de sprekers waren op de fabrieken, in openbare vergaderingen en meetingen…”.
Vanaf oktober 1868 werd deze bibliotheek opengesteld voor werklieden uit alle bedrijven.
In 1876 ging zij over naar de Vlaamse Socialistische Arbeiderspartij. 

De bibliotheek was aanvankelijk gevestigd in lokaal “De Diligentie”, op de Koornmarkt, vervolgens in herberg “Het Koninksken” in de Roode Koningstraat (waar Vandenberghe voorzitter was en Frans Sinia secretaris) en vanaf 1868 in het “Café du Nord” op de Vrijdagmarkt, waar later “Ons Huis” kwam.
De eerste jaren weigerden de overheden (de Staat en het stadsbestuur) in te gaan op het verzoek van het Leesgezelschap om toelagen. Vanaf 1865 werden wel toelagen toegekend en vanaf 1867 gebeurde zelfs het omgekeerde: het Leesgezelschap schonk, zeker in 1867 en in 1868, de stad bedragen om er boeken voor de stadsscholen mee te kopen. Avanti verwijst in Een terugblik (hoofdstuk 12), naar brieven die in het Stadsarchief berusten en naar het Verslag over het beheer en den zakentoestand der stad Gent voor het jaar 1869. In 1868 werd ook gesproken van het Leeskabinet der Weversmaatschappij. 

Deze bibliotheek werd uiteindelijk de basis voor de vrijzinnige werkmansbibliotheek “Leren Vereert”, eerst gevestigd in de Zuivelsteeg en later in het Feestlokaal van Vooruit (Sint-Pietersnieuwstraat). Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de bibliotheek  door de bezetter grondig “gezuiverd” van alle linkse literatuur. In de jaren ’80 van de 20ste eeuw werd de (vooral literaire) collectie overgenomen door de Stedelijke Openbare Bibliotheek.

[Frans Heymans]

Over het Leesgezelschap der Gentse Wevers: