terug naar index
Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde

Bij Koninklijk Besluit van 8 juli 1886 opgericht als Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde; bij Koninklijk Besluit van 20 april 1972 omgedoopt tot Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde (KANTL). Zij is het officiële lichaam dat in België (later Vlaanderen) de belangen van de Nederlandse taal en letterkunde bevordert. Het initiatief tot het stichten van de Vlaamse Academie ging uit van een aantal groepen in de Vlaamse Beweging van de negentiende eeuw. Wellicht heeft het feit dat nogal wat Gentenaars en/of Oost-Vlamingen daar deel van uitmaakten, ertoe bijgedragen dat als vestigingsplaats de stad Gent gekozen werd. Het was hoe dan ook een voorwaarde van de Belgische gezaghebbers dat de Academie zich “in de provincie” zou vestigen: Brussel bleef de exclusieve locatie van de (in feite volledig Franstalige) Académie royale de Belgique, de opvolgster van de “Thérésienne”.
Als vestigingsplaats werd het door architect David ’t Kint in 1746 in Lodewijk XV-stijl gebouwde, prachtige herenhuis in de Koningstraat nr. 18 speciaal aangekocht. Het werd ten behoeve van de Academie gerestaureerd en uitgebreid met de neo-rococo-zaal in het voormalige koetshuis. Dit huis is sedert 1892 de vaste locatie van de Academie.

De Academie telt statutair 30 “gewone” leden (behorend tot de Vlaamse Gemeenschap), 5 “buitengewone” leden (Belgische staatsburgers die zich buiten de Vlaamse Gemeenschap voor het Nederlands beijveren), een onbepaald aantal binnenlandse, en 25 buitenlandse ereleden. 

Resultaten van de wetenschappelijke en letterkundige besprekingen bij de maandelijkse bijeenkomsten van de Academie worden gepubliceerd in de Verslagen en mededelingen en/of er wordt verslag over uitgebracht in de Jaarboeken van de Academie.

Vanaf 2003 worden vijf vijfjaarlijkse “Prijzen van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde” toegekend (telkens 6.150 euro); die zijn gebaseerd op de traditionele fondsprijzen, en betreffen resp. fictioneel proza, poëzie, essay, podiumteksten en studies over de oudere Nederlandse taal, literatuur en cultuur. Voorts wordt jaarlijks een wetenschappelijke prijsvraag uitgeschreven (tot 2005 kunnen dat er nog meer zijn).

Sedert 2000 werkt een onderzoeksinstituut in de schoot van de Academie: het Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie. Dat legt zich toe op: 1. het wetenschappelijke uitgeven van belangrijk literair werk uit het verleden, en van cultureel belangrijke brievencollecties, en 2. het aanleggen en de exploratie van taalcorpora (verzameling van teksten e.d.) betreffende het Nederlands van vóór de negentiende eeuw.
Het centrum werkt op basis van projecten, ingediend door wetenschappers van binnen en buiten de Academie. Dank zij de werking van dit centrum is de Academie erin geslaagd belangrijke expertise op te bouwen. Er is veel aandacht voor elektronische toepassingen (o.a. ook via publicatie op cd-rom en direct op het internet), waardoor een zeer ruime bekendmaking mogelijk is. Toch ijvert de Academie er ook voor, de belangrijkste teksten in boekvorm te laten verschijnen, door het afsluiten van contracten met commerciële uitgevers, en door het opnemen in het eigen fonds van de Academie. In dat laatste is recent werk gepubliceerd van o.a. Virginie Loveling (haar oorlogsdagboeken), Richard Minne (De brieven van Pierken, recent ook het verzamelde dichtwerk), Louis Paul Boon (Het Boek Jezebel), Felix Timmermans (Pallieter). Gepland (voor 2004) zijn werken van Johan Daisne (De trein der traagheid) en van Hugo Claus (Kleine reeks). Wat de opbouw van taalcorpora betreft is er o.a. de uitgave van het Vorwaerden bouck van het O.L.V.-Hospitaal in Oudenaarde.
Verder publiceert de Academie eveneens monografieën en verzamelwerken gewijd aan taal, literatuur en cultuur in het Nederlandse taalgebied. Recent verschenen o.a. publicaties over de Middelnederlandse ridderroman madelgijd, over het lied in de Nederlanden tot in de zestiende eeuw, over de Nederlanders Leo Simons, Simon Vestdijk en Gerrit Achterberg, en de Vlamingen Leo de Foere en  Maurice Gilliams. Zeker te vermelden is de driedelige reeks Hoofdstukken uit de Vlaamse Literatuur van de negentiende eeuw, onder redactie van Walter Gobbers, Ada Deprez en Karel Wauters.
In 2004 is een overeenkomst afgesloten met de Koninklijke Vlaamse Academie van België voor Wetenschappen en Kunsten en met de Koninklijke Belgische Academie voor Geneeskunde. De bedoeling daarvan is, onder één koepelstructuur de krachten te bundelen ter bevordering van het wetenschappelijke, culturele en artistieke leven in Vlaanderen. Gezamenlijk overspannen de drie instellingen het hele wetenschappelijke en artistieke landschap.

[Georges de Schutter]

Over de KVATL/KANTL: