terug naar index
Internationaal Literair en Toneelagentschap

(1954- )

Op 1 februari 1956 door Hugo Tomme gesticht en in Gent gevestigd agentschap dat het bekendmaken van de Vlaamse literatuur in het buitenland wilde bevorderen door het verspreiden van informatie aan buitenlandse culturele diensten en uitgevers, het stimuleren van enerzijds vertalingen van Vlaams letterkundig werk en van anderzijds opvoeringen van Vlaams toneelwerk. Omgekeerd trad het agentschap ook op als vertegenwoordiger van buitenlandse agentschappen en auteurs in Vlaanderen. 

Het idee om een dergelijk agentschap op te richten wortelde in het streven van de Vereniging van Oostvlaamse Letterkundigen (V.O.L.), naar een ruimere dan “provincialistische” werking. Hugo Tomme, algemeen secretaris van de V.O.L. en veelbereisd journalist, zou hierbij een belangrijke rol spelen.
Het ILITA was aanvankelijk gevestigd aan de Gordunakaai, later in de Blankenbergestraat, telkens ten huize van Hugo Tomme.  

Van bij het ontstaan van de V.O.L (1954) werden internationale contacten gezocht. Zo werden in 1955 een Internationaal Schrijversforum en een Andersen-herdenking georganiseerd, en werd een lezing door de Amerikaanse zwarte auteur James Baldwin gegeven. Directer aanleiding tot het ILITA waren twee internationale evenementen: de samenkomst van de V.O.L. met een aantal Duitse auteurs, op 4 april 1956 in het Posthotel op de Kouter én de lezingen die enkele V.O.L.-leden (o.m. ook Hugo Tomme) nadien in Denemarken hielden. 

Inmiddels was men gestart met een grondige prospectie van de buitenlandse letterkundige “markten” (o.m. in de Verenigde Staten van Amerika, Engeland, Frankrijk, Duitsland, Denemarken, Italië, Spanje, Polen, Zwitserland, Oostenrijk en Zuid-Afrika), naar de mogelijkheden tot internationale samenwerking.  

Van 13 tot 19 oktober 1956 organiseerde het ILITA (ook wel eens “Vlaams Literair Agentschap” genoemd) in Gent een Internationale Boekenbeurs met lezingen door Vlaamse en vreemde auteurs. 

Formeel werd het ILITA opgericht als zelfstandige organisatie (v.z.w.) en uitgebouwd door Hugo Tomme die er directeur van was, met een Internationale Raad van Advies (bestaande uit auteurs, uitgevers, literaire agenten en vertegenwoordigers van letterkundige organisaties) en met een Raad van Beheer. In diverse landen werden “verbindingsagenten” (men bedoelde wellicht “relaties”) gezocht en alle Vlaamse auteurs werden gecontacteerd voor eventueel te vertalen werken. 

Talrijke manifestaties werden georganiseerd, talrijke initiatieven genomen. In oktober 1957 werd een tweede Internationale Boekenbeurs gehouden. Jaarlijks waren buitenlandse auteurs te gast. Honderden uitgevers uit de voornaamste landen werd bestendig documentatie verschaft over de Vlaamse literatuur; proefvertalingen, resumés en perskritieken werden bezorgd. Voor het (blijkbaar meest interessante) Duitse taalgebied werd het essay  Literarische Nachrichten aus Belgien uitgegeven. Vlaamse auteurs werden geholpen om in het buitenland “op tournee” te gaan. In 1959 werd te Gent een uitgebreide ILITA-vertalersconferentie gehouden. De balans van de eerste vijf jaar werking: het aantal manifestaties of realisaties werd op “ruim een 100-tal” geschat. 

Voor de jaren 1960 wordt de beschikbare informatie schaars. Wel werd in mei 1965, tijdens de Gentse Floraliën, een Tweede Internationaal ILITA-congres georganiseerd. Een informatiefolder noemde ILITA toen “een literair agentschap, een literair vertaalbureau, een lektoraat- literair adviesbureau en een tv- en filmcoproduktiedienst”. ILITA was nog steeds actief “in België en Nederland, maar ook in ca. 20 vreemde landen, met vertalingen, informatie en adviezen, met boekuitgaven, toneel en toneeluitvoeringen, met tv- en filmcoprodukties, radiobewerkingen...” en dit “via zijn eigen agenten en vertalers in alle grote uitgeverscentra van de wereld en via samenwerkende vreemde literatuurbureaus”.
Een 40-tal Noord- en Zuidnederlandse auteurs waren tot dan uitgestuurd naar 17 landen in Europa maar ook naar China (Formosa, Taiwan), Israël, de Verenigde Staten van Amerika en Zuid-Afrika.
Onder de topvertalingen werden (in de balans van de eerste vijf jaren) vermeld: Menschen hinter dem Deich (Filip de Pillecyn), Flämische Lyrik (samengesteld door Jan Vercammen en J.L. de Belder), Der Abschied (Ivo Michiels), Izland, Izland (Fred Germonprez) in het Hongaars, Franciscus (Felix Timmermans, in het Chinees). Op toneelgebied werd o.m. gezorgd voor 125 opvoeringen van Jozef van Hoecks Voorlopig vonnis in Zuid-Afrika; toneelwerk van Paul Berkenman werd gebracht in Duitse vertaling. Op dat ogenblik was een contract afgesloten met “de Amerikaanse televisie te Hollywood”, voor een reeks van vijf televisiefilms. 

Ondanks al deze successen bleef Hugo Tomme in zijn overzicht van de eerste vijf jaren bescheiden: “Is het nu zo, dat de Vlaamse literatuur reeds volop internationale erkenning heeft gevonden? Ik zou het niet durven beweren en misschien mag men dit niet eens verwachten. Maar wel wordt thans veel meer dan vroeger aandacht besteed aan de Nederlandse literatuur van België in het buitenland, en dat is toch winst...”. Meteen deed hij een oproep voor meer steun van de overheid en van de privé-sector (het bedrijfsleven) en kondigde hij aan dat op een nabij ILITA-congres, de stichting van een “Kultuurfonds” aan de orde zou worden gesteld.  

[Frans Heymans]

Over ILITA: