terug naar index
Ons blaadje

Lectuur voor de jeugd  (1896-1908)

Wekelijks verschijnend tijdschrift voor de jeugd (één cent per aflevering van 16 bladzijden), opgericht door de socialistische Gentenaar Aimé Bogaerts en de Nederlandse Nellie van Kol, toen invloedrijke Nederlandse schrijfster en theoretica van jeugdliteratuur. Tot april 1899 werd als redactie-adres vermeld: Aimé Bogaerts, Bijlokevest nr. 312, Gent. Nadien ging het (met Van Kol als enige redacteur) over naar Rotterdam en werd Bogaerts enkel nog als “hoofdagent” voor België vermeld. Vanaf november 1899 verdween zijn naam uit het colofon.

De bedoeling van de initiatiefnemers was, de jeugd in vrijzinnige geest betere lectuur te bieden op een ogenblik dat het met de Nederlandstalige jeugdliteratuur nog erg bedroevend gesteld was, zeker in Vlaanderen maar ook in Nederland. Het tijdschrift bevatte verhaaltjes, gedichten, sprookjes, anekdoten en weetjes, origineel Nederlands maar ook in vertaling, deze laatste vooral uit het Engels, Frans en Duits.
Nellie van Kol publiceerde zelf talrijke stukjes in “Ons blaadje”. Andere geregelde medewerkers waren Nienke van Hichtum (echtgenote van de Nederlandse staatsman Troelstra), Ida Heyermans en Elize Knutter-Fabius. Bogaerts’ naam  kwam veel zeldzamer voor als auteur, o.m. met bijdragen over Filips van Artevelde en over het Gentse stadhuis. Af en toe werd ook wel eens tekst van een of andere bekende naam uit de “grote” literatuur opgenomen, bijvoorbeeld van Pieter Augustus de Genestet, van Albert Verwey of van Raymond Stijns. Talrijke stukjes werden overgenomen uit (vooral) Nederlands dag- en weekbladen. In wezen bracht dit tijdschrift de Vlaamse jeugd dus voornamelijk in contact met Nederlandse jeugdlectuur.
Het tijdschrift is thans nog moeilijk vindbaar; AMSAB heeft het nog in zijn collectie, zij het met enkele lacunes.

[Frans Heymans]