terug naar index
Le Drapeau

revue littéraire et artistique des jeunes catholiques  (1892-1893)

In het begin van de jaren 1890 was er in de Gentse Cercle catholique een beweging van jonge, progressieve katholieken ontstaan met Firmin van den Bosch (1866-1947) als centrale figuur. Deze jongeren onderhielden nauwe contacten met de Brusselse vereniging La jeune Belgique catholique. Hun ideaal bestond erin een christelijke esthetica te ontwikkelen die brak met het dogmatisch denken van de St-Lucasbeweging. De nieuwe esthetica zou een evenwicht zijn tussen moderne esthetische principes en het katholieke geloof.
Priester-dichter Hector Hoornaert, de geestelijke inspirator van een ander Franstalig Gents tijdschrift, Le Magasin littéraire et scientifique, had wel oren naar de verzuchtingen van de jonge katholieken en bood hen een forum in zijn tijdschrift. Omdat Le Magasin niet radicaal genoeg brak met oude vormen en gedachten en omdat het publieksbereik te gering was om propaganda te kunnen voeren voor hun nieuwe esthetica, richtten Maurice Bekaert, Edgard Bonnehil, Henry Carton de Wiart, Victor Denyn en Paul Gérardy een nieuw tijdschrift op: Le Drapeau : revue littéraire et artistique des jeunes catholiques.
De redactieleden van dit tijdschrift waren ook de leiders van de christen-democratische politieke voorwacht. Van den Bosch, die zijn bijdragen in het Brusselse tijdschrift Le bien public ondertekende met “un jeune catholique indépendant”, werd hoofdredacteur. Alphonse Siffer gaf het tijdschrift uit maar hij was – in tegenstelling tot andere tijdschriften die hij uitgaf – geen redactielid, al gingen de vergaderingen door boven zijn boekhandel. De stichters leverden zelf de meeste bijdragen. Luikenaar Paul Gerardy introduceerde een aantal symbolistische auteurs die tot dan vooral publiceerden in La Wallonie en Floréal (dat in 1893 fusioneerde met Le Réveil), bijvoorbeeld Edmond Rassenfosse. Ook Pol Demade en Georges Virrès leverden bijdragen. 

Het devies van Le Drapeau was “Catholiques et modernes!”. In het kielzog van o.a. Paul Verlaine en Auguste, comte de Villiers de l’Isle-Adam wilden ze, zoals overeengekomen op het katholiek Sociaal Congres van Mechelen (1891), de katholieke literatuur nieuw leven inblazen. In het tijdschrift verscheen zowel proza als poëzie, maar toch werd het merendeels gevuld met korte essays, kunstkritieken en kritische signalementen (in een rubriek “ça et la”). Le Drapeau was duidelijk een propaganda-instrument, wat de stichters niet ontkenden. Men spiegelde zich in alle opzichten aan het tijdschrift La jeune Belgique. Al vanaf het eerste nummer (november 1892) verzette Le Drapeau zich tegen elke vorm van academisme. Het esthetische oordeel – zo betoogde men – was afhankelijk van de intrinsieke waarde en niet van vormelijke conventies.
Aanvankelijk verwelkomde La jeune Belgique het nieuwe tijdschrift met veel interesse. Gaandeweg maakte men evenwel kanttekeningen bij de verenigbaarheid van “l’art pour l’art” met de kunstopvattingen van het christelijk geëngageerde Le Drapeau. “L’art pour l’art” sloot immers elke vorm van engagement uit. Tot ergernis van Van den Bosch ageerde La jeune Belgique tegen elk engagement in de kunst, het weze dan een sociaal-democratisch, anarchistisch of christen-democratisch engagement. 
Le Drapeau hield op te bestaan in oktober 1893, na 12 nummers. De grote verdienste van het tijdschrift was, dat het de weg vrijmaakte voor de oprichting van het belangrijke katholieke art-nouveau tijdschrift Durendal (1894-1919). De meeste redactieleden van Le Drapeau stonden op het einde van 1893 in de Brusselse kring La jeune Belgique catholique trouwens mee aan de wieg van Durendal.

[Christophe Verbruggen]

Over Le Drapeau: