terug naar index
Het Belfort

Tijdschrift (later “maandschrift”) toegewijd aan letteren, wetenschap en kunst (1886-1899)

Tijdschrift met Vlaams-katholieke strekking, voortzetting van De Vlaamsche Wacht. Het werd eind januari 1885 gesticht ten huize van Alfons Siffer, door vooraanstaande leden van het Davidsfonds (o.m. Frans de Potter). Onder de bescherming van het Davidsfonds en onder de algemene leiding van A. Siffer verscheen het vanaf  januari 1886. Het werd gedrukt en uitgegeven door S. Leliaert, A. Siffer en C° , Hoogpoort nr. 42 te Gent.
Het Belfort was bedoeld als een algemeen tijdschrift. Het accent lag op de studie van de Vlaamse volkstaal, het Vlaamse volksleven, de godsdienst, het onderwijs en de katholiek-Vlaamse strijdpunten. De literatuur was vooral aanwezig met essays en (zij het in mindere mate) met scheppend proza en poëzie. Het bracht ook geregeld berichten van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde. Literair stond het eerder afwijzend tegenover de “nieuwlichterij” van Van Nu en Straks  én van Stijn Streuvels, terwijl Guido Gezelle alle lof kreeg.
Het verscheen met een neogotische omslag waarop het Gentse Belfort, het Lakenmetershuis en de wapens van de Vlaamse provincies waren afgebeeld, dat van Oost-Vlaanderen groter dan de andere. Het opende zijn eerste aflevering met – nog vóór het inleidend woord – een gedicht van J.W. Brouwers, Wapengroet aan “Het Belfort” (bedoeld is, het tijdschrift) waaraan de lopende titel “te Gent” toevoegde. In hetzelfde nummer publiceerde H. Claeys nog een gedicht Aan het Belfort, waarin het échte Gentse belfort werd bezongen.
Nadat Belfort vanaf 1888 concurrentie ondervond van Dietsche Warande (eveneens uitgegeven door S. Leliaert en A. Siffer te Gent) smolt het in 1900, na de tweede aflevering van de 14de jaargang, daarmee samen. Dietsche Warande en Belfort werd de nieuwe titel.

[Frans Heymans]

Over Het Belfort: