terug naar index
daele

(1966-1968) 

Tweemaandelijks literair tijdschrift waarvan tussen februari 1966 en november 1968 achttien nummers verschenen. Jan Emiel Daele was er de duiveldoetal van: hoofdredacteur, uitgever, secretaris, drukker en bovendien leverancier van de meeste bijdragen.
In navolging van zijn grote voorbeeld weverbergh schreef Daele de titel van zijn eenmanstijdschrift met kleine d: daele dus. Het werd gestencild, waardoor nu – bijna veertig jaar later - sommige bladzijden moeilijk leesbaar zijn geworden.  

Daele was eerder al medeoprichter van het tijdschrift Yang, dat in 1965 uiteenviel in een gele en zwarte versie. De zwarte Yang ging door voor progressief, de gele voor meer behoudsgezind. Daele was de motor van de afgescheurde zwarte Yang. Hij verzamelde schrijvers als Herwig Leus, Herman J. Claeys en Julien Weverbergh rond zich. Voor het bekostigen van de vijf verschenen “zwarte” nummers moest hij zich – althans volgens Weverbergh – zwaar in de schulden steken.
De zwarte Yang hield op te bestaan en werd opgevolgd door daele, een tijdschrift dat, zoals menig ander in die periode, het resultaat was van veel huisvlijt. Het avantgardistische en progressieve karakter van het blad moest onder meer blijken uit foefjes als het inlassen van een bedrukte bladzijde behangpapier, een ingeniete speelkaart of een pagina uit het telefoonboek.

Over daele zou waarschijnlijk niet meer worden gesproken, als het tiende nummer (juni 1967) er niet was geweest. Het bevatte een satirische bijdrage, getiteld De penisgroet, waarin Herman J. Claeys voorstelde om het burgerlijke handjes schudden te vervangen door elkaar op een of andere manier in het kruis te grijpen. Het onvoorstelbare gebeurde: op 2 oktober 1967 om zeven uur 's morgens vielen vier rechercheurs de woning van Daele binnen (dr. De Reusestraat te Sint-Amandsberg). Alle nummers van het tijdschrift werden in beslag genomen, plus het archief, de privé-correspondentie en een reeks boeken van de hoofdredacteur. Ook bij Claeys volgde een huiszoeking met inbeslagneming van papieren en boeken. De reactie in de literaire wereld was hevig. Nog nooit had een schrijversactie in Vlaanderen zoveel mensen, zowel van rechts als van links, gemobiliseerd. De meeste auteurs namen afstand van Claeys’ tekst maar verdedigden het recht op vrije meningsuiting. Typisch was de reactie van Hugo Claus: “Ik heb de tekst die aanleiding gaf tot de huiszoeking gelezen. Het is een vrij kinderachtige tekst, maar die in geen geval de griezelige maatregelen, die genomen werden, wettigt”. Pikant detail: in het literaire milieu circuleerde de nooit bevestigde roddel dat Daele of Claeys zelf de anonieme klacht bij het parket hadden ingediend om eindelijk de aandacht te krijgen die ze meenden te verdienen. 

Nummer 13 van daele was een noodnummer met alle perscommentaren, lezersbrieven, reacties heen en weer. Die aflevering is de beste bron om het incident te bestuderen. Raar genoeg was het elan daarna een beetje gebroken. Er verschenen nog een vijftal nummers en daarna versmolt het tijdschrift met Mep (waarvan Daele ook redactielid was) tot Totems (dat weer ten huize Jan Emiel Daele werd uitgegeven). Maar ook Totems was geen lang leven beschoren.  

De genealogie van de Vlaamse literaire tijdschriften in die jaren is grillig en ingewikkeld, maar in elk geval duikt in de uitwaaierende stamboom ervan herhaaldelijk de naam Daele op.

[Wim D'haveloose]

Over daele