terug naar index
Van Lerberghe, Charles

(Gent, 21.10.1861 - Brussel, 26.10.1907)

Franstalig dichter, prozaïst en toneelauteur.
Samen met Georges Rodenbach, Maurice Maeterlinck, Fernand Séverin, Grégoire Leroy, Max Elskamp en Albert Mockel, vertegenwoordigde hij het symbolisme, dat grotendeels in Gent ontstond (zie overzichtsbijdrage Gentse symbolisten). Zijn lang gedicht La Chanson d’Eve (1904) gold – en geldt nu nog – als poëtisch hoogtepunt van de symbolisten. Zeer nieuw was hier de analyse van het bewustzijn tijdens het ontwaken van de liefde, de liefdesdaad en de ontnuchtering achteraf.
Zijn proza – Lettres à Fernand Séverin (1961) en Lettres à une jeune fille (1954) – getuigt van een wonderbaarlijke helderheid en intelligentie. Het schittert eveneens door zijn humor.

Kenner van de Vlaamse primitieven en op zijn vele reizen door Italië, Engeland, Frankrijk en Duitsland in aanraking gekomen met de Italiaanse meesters (Fra Angelico in het bijzonder) en met de preraphaëlieten, schreef Van Lerberghe honderden brieven over kunst en reiservaringen. Sedert de postume uitgave ervan (Variations du goût dans l’art italien, 1962) wordt hij als uitzonderlijke stylist geprezen, en als voorloper van het modernisme. Dit modernisme wordt in verband gebracht met zijn analyse van de kunst en, op zuiver literair gebied, met zijn psychische observatie, zijn komisch talent en de vrolijkheid van zijn zelfspot. Hij werd nochtans te Parijs, nog vóór Maeterlinck, met zijn pessimistisch drama Les Flaireurs (1889) door de Parijse kritiek opgemerkt. Het vreemde karakter en de originaliteit van het Belgische symbolisme werd toen voor het eerst fantastisch realisme genoemd.

C. van Lerberghe en Gent

Bij zijn geboorte woonden zijn ouders in de Gentse Dierentuindreef (thans F.D. Rooseveltlaan101, zie herdenkingssteen in gevel). In 1865 verhuisden ze naar de Peperstraat. Zijn vader overleed in 1868, zijn moeder in 1872. Wees geworden “pendelde” hij een tijd tussen de Coupure Links (1873- ), de Peperstraat (1873-), de Maagdenstraat 1874-), de Rabotstraat (1879-) en weer de Peperstraat (1880-). Vanaf 1889 verbleef hij geregeld in Schaarbeek. In 1892 verliet hij Gent definitief om in Schaarbeek te gaan wonen.

Zoon van een oude vader en een 37 jaar jongere moeder, kreeg Van Lerberghe een streng religieuze opvoeding. Van 1867 tot 1870 volgde hij enkele leerjaren van het lager onderwijs aan het Sint-Amandusinstituut. In 1870 ging hij over naar het Sint-Barbaracollege, waar hij Maurice Maeterlinck en Grégoire Leroy ontmoette. In tegenstelling tot wat sommige biografieën vermelden, werd hij niet als student van de Gentse universiteit ingeschreven. In 1885, ontmoetten de drie vrienden Georges Rodenbach op de Gentse Kouter. Deze ontmoeting leidde tot hun kennismaking met de Parnasse in Parijs, en bijgevolg tot het begin van de overgang van Gent naar Parijs. Van Lerberghe zou niet in Parijs wonen, wel werkte hij vanuit Schaarbeek mee door bijdragen aan de stichting van La Pleiade. Voorts heeft Gent – zoals Karel van de Woestijne het voor Frans Hellens uitdrukte – door het stadsdecor invloed uitgeoefend op Van Lerberghe. Van de Woestijne formuleerde het als volgt: vertrekkend van het meest acute realisme zijn Maeterlinck, Minne, Van Lerberghe en Van Rijsselberghe onder de drang van “geestelijke bevrijdingszucht de geweldigste, de minst bevangene idealisten” geworden.

[Nicole Verschoore]

Over C. van Lerberghe:
 
• Georges Doutrepont: Van Lerberghe Charles, in: Biographie nationale (1936-1938), kol. 447-452
• L[uc] Devoldere: Wachtend op de barbaren, in: Feit en fiction, jrg.4 (1998) nr.1, blz. 57-73
• R[obert] O.J van Nuffel: Lerberghe, Charles Jean van, letterkundige, in: Nationaal biografisch woordenboek. Dl. 6 (1974), kol. 561-575
• Raumond Trousson: Charles van Lerberghe, le poète au crayon d’or : biographie (2001), p. 445
• Documentatiemap in de Stedelijke Openbare Bibliotheek
• Michel Otten: Paysages du Nord (2013)