terug naar index
Rodenbach, Albrecht

(Roeselare, 27.10.1856 - Roeselare, 23.06.1880)

Dichter, toneelschrijver en Vlaams studentenleider. Hij studeerde aan het Klein Seminarie te Roeselare waar hij de belangrijkste leerling van Hugo Verriest was. Zijn studies in de Rechten, aan de Katholieke Universiteit Leuven, moest hij door ziekte vroegtijdig onderbreken.
Hij poogde vooral de Vlaamse jeugd, de leerlingen uit het middelbaar onderwijs en de studenten uit de universiteiten, te bundelen in een katholieke “studentenbeweging”. Daarbij verwees hij voortdurend naar de Gentse middeleeuwse stadsgeschiedenis. Waar Hendrik Conscience Jacob van Artevelde vereeuwigde, werd Albrecht Rodenbach begeesterd door de legendarische figuur van de vaandeldrager Sneyssens.
Zijn literair werk omvat slechts Eerste Gedichten (1878) en het toneelstuk Gudrun (postuum uitgegeven door Adolf Hoste te Gent, 1882). Zijn literaire betekenis lig niet alleen in de forse epische toon, maar ook in de aanzet tot een meer moderne lyriek.
In het episch-historisch gedicht Fierheid (1876) droeg hij het voorbeeld van de “strijd der gemeentenaren” (15de eeuw) op aan de verschillende ‘studentenbonden’ die hij wilde verenigen. “Sinds lang” – dichtte hij, “bevocht de grave Gent de vrije stede / en grave en Gentenaren verlangden naar de vrede...”. Het gedicht eindigde met het overbekende vers: “Helaas, waar is der Oudren fierheid nu gevaren!”
Hij koos Gent uit om (samen met Amaat Joos en Pol de Mont) in 1877 en 1878 een soort van ‘landdag’ te organiseren. Daarvoor schreef hij twee gedichten: Klokke Roeland (1877) en Sneyssens (1878) die grote indruk maakten op de jongeren.

Rond de eeuwwisseling groeide de Rodenbach-verering. Vlaamse studengengilden bekostigden een standbeeld (van Karel Laga) dat in 1909 in Roeselare werd ingehuldigd tijdens de Rodenbachviering. Dit standbeeld werd tijdens de Eerste Wereldoorlog door de bezetter overgebracht naar een binnenkoer van de vernederlandste universiteit. Later verzeilde het in een kelder. In 1919 werd het terug overgebracht naar Roeselare.

[Romain Vanlandschoot]

Over A. Rodenbach: