terug naar index
Geeraerts, Jef

(Antwerpen, 23.02.1930 - Gent, 11.05.2015) 

Vlaams auteur en journalist die na zijn jaren als assistent-gewestbeheerder in het voormalige Belgisch Kongo een eerste roman Ik ben maar een neger (1962) publiceerde. Voor de verhalenbundel De troglodieten (1966) ontving hij in 1967 de Arkprijs van het Vrije Woord. In 1969 werd zijn roman Black Venus (1968), de eerste van de vierdelige Gangreencyclus, bekroond met de driejaarlijkse Staatsprijs voor literair proza. Niettemin lokte deze roman, vol erotiek en geweld, een hevige controverse uit. Terwijl hij in het parlement als racistisch en pornografisch werd bestempeld, werd hij door Justitie zelfs enige tijd uit een Brusselse boekhandel gehaald. Zowel het bekronen als het in beslag nemen leidden tot een lawine van protest in de pers.
Vanaf 1979 schreef hij vooral uitvoerig gedocumenteerde, maatschappijkritische misdaadromans. Voor De zaak Alzheimer (1985), een Antwerpse misdaadroman met het rechercheduo Vincke en Verstuyft, kreeg hij in 1986 de Gouden Strop, de prijs voor de beste Nederlandstalige misdaadroman. In 2003 kreeg de film De zaak Alzheimer, in een regie van Erik van Looy, vijf Joseph Plateauprijzen tijdens het internationale Filmfestival van Vlaanderen-Gent. Nog in 2003 kreeg hij voor Dossier K. (2002) de trofee De Diamanten Kogel, voor het spannendste en beste Vlaamse misdaadboek. 
Zijn geliefde Eleonore Vigenon schreef een jaar voor haar dood een boek over Geeraerts’ archief (overgenomen door het AMVC Letterenhuis in Antwerpen), De spoken van Jef Geeraerts (2007), tegelijkertijd een lezenswaardig overzicht van zijn oeuvre.

J. Geeraerts en Gent  

Tijdens de oorlogsjaren woonde hij enige tijd aan de toenmalige Stroplaan (nu: Burggravenlaan) omdat zijn familie voor de Duitse bombardementen in 1944 moest vluchten uit Antwerpen. Ook zijn latere vrouw Eleonore Vigenon woonde toen in de buurt. Nu wonen zij al jaren in de Weegbreestraat (oude benaming: Boomstraat) te Baarle-Drongen in de omgeving van het veer aan de Leiebocht. In zijn Laatste brief rondom liefde en dood voor zijn geliefde Eleonore (1980, geschreven in “Huize Lederna”) uitte hij zijn gevoelens van geborgenheid en verwondering maar ook zijn angst voor het afscheid. Deze brief sloot aan bij zijn integere Tien brieven rondom liefde en dood (1975), waarin hij zijn kritiek op de moderne consumptiemaatschappij ventileerde. In zijn Achtste brief rondom liefde en dood, voor de inmiddels overleden dichter Paul Snoek en diens vrouw Milena, voelde Geeraerts zich Vlaamsbewust en trots verbonden met Gent maar ook geërgerd wegens de verloedering van het verkeersnetwerk in de stad. In dezelfde brief ironiseerde hij het Gentse dialect in de passages waar hij gesprekken met Paul Snoek over taalverschillen weergaf.  

In het aangrijpende Dood in Bourgondië (1976), onder meer gebaseerd op waar gebeurde feiten in Gentse ziekenhuizen, schreef hij zijn woede weg over een foutieve medische diagnose die zijn vrouw in levensgevaar bracht. Tegelijk klaagde hij het onrecht aan dat de betrokken arts zijn vrouw had aangedaan. Eleonore zelf schreef mee aan deze roman in dagboekvorm. Dood in Bourgondië getuigt van Geeraerts’ verbondenheid met de streek, aangewakkerd enerzijds door zijn favoriete lectuur, Buysses ’t Bolleken (1906), en anderzijds door de herinnering aan zijn grootmoeder (geboren in Bachte Maria Leerne in 1877). In een geladen lyrisch einde wist Geeraerts’ “innerlijke stem” alsnog liefde, erotiek, dood en geweld te verzoenen in het huis aan de Leie.  

Geeraerts’ zoektocht naar waarheid en recht ging verder in De zaak Jespers (1978), het zogenaamde “proces van de eeuw” waarin onderzoeksrechter Guy Jespers en andere beschuldigden terechtstonden in het Gentse justitiepaleis. Het was een literair-journalistieke schildering van de sfeer in en rondom het gerechtsgebouw, vol kritiek op de rechtspraak. Deze roman werd verfilmd als Mijn vriend, in de regie van Fons Rademakers. 

Zowel Dood in Bourgondië als De zaak Jespers kondigden Geeraerts’ misdaadromans aan: in beide vond men reeds de nauwkeurige weergave en de verwerking van feiten en documentaire gegevens. In de politiethriller en toekomstroman De Coltmoorden (1980) loste kapitein-commandant Willy Velge (vanuit het Districtscommando van de Rijkswacht aan de Tramstraat in Zwijnaarde) een onverkwikkelijke moordzaak op. De roman speelde zich af tegen een politieke achtergrond van de jaren ‘90, in een maatschappij waarin privacy en democratie zo goed als verdwenen waren. Het Gentse dialect van een rijkswachter, die kort de ontdekking van de moord toelichtte, gaf deze roman een zweem van grappigheid en realisme.

Ook de meer internationaal getinte misdaadroman Diamant (1982) bevatte een pittige scène in een chic Gents restaurant in de omgeving van de Leopold II-laan. Diamant werd, in een regie van Jean-Pierre de Decker, als televisiereeks op VTM gebracht in 1997.

Na een reeks misdaadromans nam Geeraerts in Goud (1995) de draad van de “heidense heilige tijd” in zijn Kongoromans weer op. Opnieuw hanteerde hij zijn karakteristieke poëtische “lawinestijl”: lange zinnen met veel komma’s en nauwelijks punten, zoals in Black Venus. Het boek bevat verhalen over zijn liefde voor de zwarte Mbala en over de goudkoorts van de jaren ’50. Die wisselden af met het actuele relaas van het pijnlijk tedere afscheid van zijn dementerende vader en van een geliefd huisdier. Net als in Dood in Bourgondië vond de schrijver ook in deze roman rust en evenwicht, vooral door de diepe innerlijke vreugde en “kosmische” verbondenheid die hij voelde met vroegere ervaringen die hij nu beleefde vanuit zijn tuin in Baarle-aan-de-Leie.

Niet alleen Geeraerts’ drang naar de natuur (tuin, de Leie, herinneringen aan avontuurlijke reizen) wordt bevredigd in zijn woonomgeving maar ook zijn behoefte aan cultuur. Samen met Eleonore bezoekt hij regelmatig concerten van klassieke en oude muziek in belangrijke Gentse kerken en operauitvoeringen in de Vlaamse Opera (Schouwburgstraat). De muzikaal verfijnde man die Geeraerts is, leverde met Sanpaku (1989), een beklijvende literaire en muzikale thriller. In Brieven (1996), een aanvulling van zijn vroegere brievenboeken, schreef hij sober en helder over muziek. Hierin dankte hij onder meer zijn Gentse vriend Philippe Herreweghe voor de “momenten van Emotie” die zijn muziek teweegbracht bij zijn vrouw en bij hemzelf; zie ook Geeraerts’ laatste boek: een verzameling columns over klassieke muziek, Muziek en emotie (2009), opgedragen aan zijn vrouw Eleonore.

Zijn laatste misdaadroman Cro-Magnon (2006) werd voorgesteld in het Museum Dr. Guislain door de voormalige Gentse stadsdichter, schrijver en vriend van Geeraerts, Erwin Mortier. Die schreef ook Afscheid van Congo : met Jef Geeraerts terug naar de evenaar (2010).

Voor zover bekend schreef hij slechts één specifiek verhaal over Gent, in een publicatie die bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2006 als onverbloemde propaganda voor de Sp.a en haar toenmalige (veel bescheidener) coalitiepartner Spirit gratis verdeeld werd voor elke Gentenaar. Ter ere van Gent zette hij kortweg als titel, maar volledig luidde die “…een stad waarvan de naam volgens de dichter René de Clercq klinkt als cement”. Enkel de pagina’s 5 tot 26 werden door Geeraerts zelf geschreven, als een soort minibiografie, met herinneringen aan zijn thuis voor en na de Tweede Wereldoorlog, aan zijn woonplaats Baarle-Drongen (deelgemeente van Gent), zijn ontmoeting en leven met zijn geliefde Eleonore Vigenon en zijn rusteloos reizen en trekken door tal van landen en streken.

Cultureel en literair Gent droegen de in Antwerpen geboren Jef Geeraerts een warm hart toe. Op het ter ziele gegane literair festival Zogezegd in Gent, in de Vooruit, was Geeraerts in 2008, 40 jaar na zijn spraakmakende Black Venus (er verscheen toen ook een jubileumeditie) een van de gasten in de rubriek Erotica, zogezegd en zogezongen. Ter gelegenheid van zijn tachtigste verjaardag op 23 februari 2010 werd hij ook officieel gehuldigd in het stadhuis van Gent. Na zijn overlijden op 11 mei 2015 in het UZ Gent, werd er zowel in Antwerpen als in Gent en in de deelgemeente Drongen een rouwregister geopend.

[Joël Neyt] 

Over J. Geeraerts: