terug naar index
De Volder, Eric

(Sint-Niklaas, 10.05.1946 - Gent, 28.11.2010)

Eric de Volder; theatermaker, -acteur, -auteur -regisseur en muzikant, lange tijd “het best bewaarde geheim van Gent.” genoemd. Hij is de bezieler van Toneelgroep Ceremonia. In de intimiteit van zijn zolder in de Gentse Oudburg creëerde en toonde hij eind de jaren tachtig en begin de jaren negentig een aantal stukken aan een klein publiek. Geleidelijk aan kreeg hij meer en meer bekendheid in Gent en daarbuiten en werd hij een belangrijke figuur in het Gentse en Vlaamse theaterlandschap. 

Zijn theater gaat over kleine mensen en hun grote verhalen. Op zijn werktafel liggen dagboeken en oude briefwisselingen, krantenknipsels, foto’s, kunstboeken, doodsprentjes, medische encyclopedieën, missalen,… materiaal waaraan een geschiedenis kleeft en waarmee de spelers aan de slag gaan. Via improvisatiesessies zoeken ze naar de stem van diegenen die door de officiële geschiedschrijving nooit gehoord zijn, naar een authentiek en universeel herkenbaar verhaal. Zo komen er personages tot leven: archetypische figuren die voorbijgaan aan elk psychologisch naturalisme. Gegrimeerd en vaak met groteske lichaamstaal overstijgen ze op scène de banaliteit en de clichés van het dagelijkse leven en doen ze appel op ons onderbewustzijn, op lang vergeten herinneringen, dromen en nachtmerries.

Hoe het begon 

Eric de Volder is van opleiding beeldend kunstenaar. In 1969 studeerde hij af aan Sint Lucas in Gent (specialisatie vrij schilderen) en begon hij les te geven in Gent en Amsterdam. In 1974 maakte hij in de Gentse Zwarte Zaal voor het eerst een tentoonstelling. In een daaraan gekoppelde “actieavond” bracht hij samen met een aantal kompanen de embryonale versie van wat later Het Etherisch Strijkersensemble Parisiana zou worden, een zeskoppig orkestje en een grote groep spelers, veelal amateurs. Samen met Josse De Pauw en Pat en Hemelrijck was hij in die periode ook medeoprichter van de straattheatergroep Radeis. In 1984 werd hij uitgenodigd voor een eerste regie aan Studio Herman Teirlinck. Daarna volgden opdrachten bij Malpertuis (Tielt) en Speelteater en Nieuwpoorttheater (Gent).
In 1987 richtte hij samen met Guido Claus, Dirk Pauwels en Ingrid De Vos de vzw Kunst Is Modder (KIM)/Theater van de Niets op, een klein gezelschap, gevestigd in de Gentse Oudburg. Met de spelers van zijn eerste stuk, De Nachten, trok hij naar een stage van de Poolse theatergoeroe Jerzy Grotowski, die een onuitwisbare stempel zou drukken op zijn werk.  

Toneelgroep Ceremonia 

In 1992 richtte hij Toneelgroep Ceremonia op, het gezelschap waarbinnen hij ook vandaag nog stukken maakt. Op zijn theaterzolder KIM in de Gentse Oudburg verzamelde hij enkele vrienden en collega’s uit zijn toenmalige theaterverleden (o.a. uit het Etherisch Strijkersensemble Parisiana) voor de voorstelling Kom terug (1992), die getoond werd in zaal KIM. Ook nu nog wordt af en toe werk gepresenteerd op de theaterzolder, maar meestal wijkt Toneelgroep Ceremonia uit naar andere zalen in Gent, zoals het Nieuwpoorttheater, Victoria, Vooruit of de Minardschouwburg. In 1999 maakte hij Diep in het bos (2000, gepubliceerd in 2003)  in samenwerking met componist Dick van der Harst van LOD (Gent). Daarna volgden nog de coproducties Vadria (2000, videocassette, 2000), Zwarte vogels in de bomen (gepubliceerd in 2003, er bestaat ook een cd van) en Achter ’t eten (gepubliceerd in 2004). Voor Zwarte vogels... werd hij bekroond met de driejaarlijkse Vlaamse Cultuurprijs voor Toneelliteratuur (2003), Achter ’t eten leverde hem de Grote Theaterfestivalprijs 2004 op terwijl hem voor deze productie later ook nog eens de Prijs voor Letterkunde van de Vlaamse Provincies 2005 werd toegekend.  

E. de Volder en Gent  

In 1972 vestigde hij zich in Gent. Uit wat voorafgaat blijkt hoe deze stad zijn artistieke biotoop is. Dat blijkt evenzeer uit de thematiek van zijn werk. In 2001 werd hem de Cultuurprijs van de Stad Gent toegekend “omwille van zijn grote artistieke integriteit, zijn aandacht voor de volkse identiteit en de keuze voor de thematiek van de mens in zijn kleine leefwereld”. In zijn dankwoord legde hij er de nadruk op dat de onderscheiding de binding bevestigt met de gemeenschap waarin je leeft” en dat zijn “stukken en voorstellingen voortkomen uit het weefsel waarin ik me iedere dag weer begeef.”. Voorbeelden daarvan zijn Achiel de Baere, Brand en  Meestersnacht. Achiel de Baere, het tweede stuk van KIM was gebaseerd op een serie zakagendaatjes van een verkommerde Gentse duivenmelker; het betekende De Volders grote doorbraak in Vlaanderen en Nederland. Brand was gebaseerd op de notities van een Gentse brandweerman in de concentratiekampen en Meestersnacht op de correspondentie van een koppel uit een Gentse wijk.

[Ellen Stynen] 

Over E. De Volder: