terug naar index
De Rop, Janine

(Gent, 26.10.1927 - Gent, 02.12.2014) 

Romanschrijfster en journaliste, geboren in een arbeidersgezin dat woonde in de Groendreef, langs het kanaal Gent-Brugge, dit is de “watergrens” van de Gentse volkswijk Brugse Poort. 

Haar belangrijkste werken zijn de roman De wachttijd (1960) waarvoor zij de romanprijs van de Provincie Oost-Vlaanderen kreeg, De traditie (1963) dat haar de letterkundige prijs van de Stad Gent opleverde en De rechter en de beul (1970). Haar leven lang schreef zij ook (niet gepubliceerde) gedichten.  

Haar leven en haar werk werden reeds vanaf haar prille jeugd getekend door twee omstandigheden. De belangrijkste gebeurtenis in haar leven was het gevolg van de in 1929 uitgebroken epidemie van kinderverlamming. Op tweejarige leeftijd werd zij er ook het slachtoffer van, wat haar levenslang veroordeelde tot het gebruik van krukken en een rolstoel.
Niet minder bepalend was het feit dat zij uit een socialistisch nest kwam. Haar vader was havengeleider, haar moeder thuiswerkster. Nadat vader De Rop in 1942 omkwam bij een ongeval in de haven, stonden moeder en dochter er voortaan alleen voor. 

J. de Rop en Gent 

Na haar Lager Onderwijs in een stedelijke school in haar geboortestad, volgde zij Lager Middelbaar in de Hippolyte Lammensstraat. Vervolgens maakt zij haar studies af in de Handelsschool voor Juffrouwen aan de Coupure. Dan was de Tweede Wereldoorlog al uitgebroken.  

Tot november 1953 woonde zij in het ouderlijke huis. Dan trok zij naar het Weerstandsplein op het eiland Malem en vanaf december 1964 woont zij in Mariakerke, in de Zonnestraat waarvan de naam in 1981 veranderde in Pinksterbloemstraat.  

Na de bevrijding vond zij een baantje in de Filature Renson, een katoenspinnerij op de Wiedauwkaai. Ze bleef er zeven jaar lang kantoorwerk doen. Nadien kwam zij in dienst bij dagblad Vooruit in de Sint-Pietersnieuwstraat, aanvankelijk als administratief medewerkster, later schreef zij voor de vrouwenrubriek van de krant (en voor het socialistische weekblad Voor Allen). Mettertijd verschenen van haar literaire kritieken voor de rubriek Geestesleven. In 1974, toen de werkzekerheid bij Vooruit verminderde, vond zij een nieuwe taak als boekhoudster van boekhandel Marnix in de Nederkouter. 

Bij Vooruit kwam zij dagelijks terecht in een geestelijk klimaat waar vooral de literatuur een voorname plaats innam. Zij was er omringd door schrijvers en dichters als Richard Minne, Raymond Herreman, Louis Paul Boon, Georges Hebbelinck, Prosper de Smet, Jos Murez en anderen die meewerkten aan de cultuurbladzijde. Zo begon zij eerst te dromen en dan te schrijven. 

Gents werk 

De traditie is een Gentse roman die zich geheel afspeelt in het strijdend socialistisch arbeidersmilieu van het einde van de 19de eeuw tot aan de Tweede Wereldoorlog. Het verhaal is geschreven vanuit de optiek van drie geslachten, belichaamd in drie sterke vrouwenfiguren die een traditie van sociale strijd doorgeven. Het is een goed gedocumenteerde roman met scènes over o.m. de wereldtentoonstelling in het Gent van 1913, de Eerste Wereldoorlog en het smokkelen van voedsel, de griepepidemie daarna, de opkomst van het fascisme, de vlucht van de burgerbevolking bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Op het einde van de roman besluit de jonge gehandicapte Marianne (na de dood van haar grootmoeder die zelf een einde aan haar leven stelde): “Ik zal niet opgeven… als het leven zich niet geven wil, dan zal ik het dwingen.” 

Vanuit haar persoonlijke betrokkenheid behandelde Janine de Rop in De rechter en de beul het probleem van handicap en euthanasie, tegen de achtergrond van de euthanasiemaatregelen in Nazi-Duitsland. 

[Prosper de Smet]

Over J. de Rop: