terug naar index
Bertin, Eddy C.

(Hamburg, Altona, 26.12.1944 - )

Nederlands- en Engelsschrijvende Gentse auteur van science fiction-, fantasy- en horrorverhalen, van novellen en romans voor volwassenen en jeugd. Hij schreef ook gedichten, toneelstukken en scenario’s voor korte filmpjes en stelde bloemlezingen samen. Publiceren deed hij onder eigen naam en onder de pseudoniemen Edith Brendall, Doriac Greysun en andere.

Bertin werd geboren in Duitsland (waar zijn Vlaamse vader was opgeëist voor verplichte arbeid; zijn moeder was een Duitse). Eind 1944 vestigden zij zich in Gent, aan de Elyseese Velden, vervolgens in de Schaliestraat (1946), opnieuw aan de Elyseese Velden (1920) en dan aan de Antwerpsesteenweg (1955). In 1956 trok hij naar de Hoogstraat in Sint-Amandsberg om in 1966 terug te keren naar Gent, eerst naar de Wondelgemstraat en vervolgens naar de Vlaamsekaai (1967). Van 1970 tot 1979 woonde hij in Ledeberg (de August van Bockstaelestraat) en vanaf 1979 in Gentbrugge, waar hij nog steeds in de Maurits Sabbestraat (“Dunwich House”) woont.
Hij studeerde aan het Provinciaal Handels- en Taalinstituut (PHTI) te Gent. Na zijn studies was hij werkzaam als bankbediende maar schreef hij ook al verhalen. Vanaf februari 2001 begon hij full-time te schrijven.
Nadat enkele van zijn werken werden opgenomen in The Year’s Best Horror Stories en in World’s Best SF Stories brak hij eerst door in Engeland en Amerika. Pas daarna erkenden Belgische en Nederlandse uitgevers hem. Zelf was hij hoofdredacteur en uitgever van SF-gids (Gent, 1973-1990) dat later met Survival magazine werd voortgezet als Cerberus(1991-2001), een tijdschrift met gespecialiseerde informatie en recensies over science fiction en fantasy. Hij bleef ook medewerker van Cerberus online.

Zijn betere werken waren de SF-roman De Kokons van de nacht (1977, in samenwerking met Bob van Laerhoven), de griezelverhalen Mijn mooie duisterlinge (1979), en de griezelroman De schaduw van de raaf (1983). Ook bekend is zijn “membraan niversum”-trilogie over de toekomst (1970-3666) van de mens, met Eenzame bloedvogel (1976), De sluimerende stranden van de geest (1981), en Het blinde, doofstomme beest op kale berg (1983).

Zijn werken voor volwassenen zijn complex van stijl en structuur. Ze hebben een psychologische achtergrond, gebaseerd op de verschrikkingen in de menselijke geest. In zijn horrorverhalen zit het gevaar zit steeds in het brein van de personages.
Met Freek Neirynck werkte hij mee aan het toneelstuk De Verenigde Straten van Gentbrugge, 2050.

Tenlotte schreef hij een essay over Roger d’Exsteyl : de Gentse demonenschopper (1980) die eveneens in dit Lexicon is opgenomen.

Vanaf de jaren ‘70 zette hij een lange reeks vooral griezelromans, -novellen en -verhalen voor de jeugd in, o.m. de romans Hekserij bij volle maan (1988) en Metro van de angst (1992). Nachtmerrie over Crownhouse (1974, verschenen in de reeks Vlaamse filmpjes) was één van zijn beste novellen. Voorts werkte hij mee aan kindertijdschriften als Top, Zonnestraal en andere.
Xenon (1984, naar een scenario van Paul Pourveur) was een sciencefiction-feuilleton dat werd uitgezonden door de toenmalige BRT.
Zijn vlotlezende jeugdboeken waren vol actie en steeds met een happy-end. Opmerkelijk was dat het kind nergens een duivelse rol speelde.

Meerdere prijzen vielen hem te beurt, zo o.m. de Sfan-award (1972), een Europe SF-special award voor zijn historisch werk en voor zijn inspanningen voor de SF (1975). In 1978 kreeg hij zowel de Eurocon Award als de Benelux-con Award..

[Frieda de Boever]

Over Eddy C. Bertin: