terug naar index
Vlaenderen, dagh en nacht denc ic aen u

GENT. De fiere vechtstad noemde ze een dichter. Op haar is elk trouw Vlaming trots. Want nooit heeft zij den strijd opgegeven en steeds heeft ze stand gehouden in ’t verweer tegen elke verknechting van haar vrijheid en haar aard. Haar kamp was steeds hoog en edel, nooit roofde zij vreemd bezit en trad slechts op voor eigen leven en wezen. Vrijheid, haar edelste goed, was de waarborg der wetten van ’t leven der stad en der geschreven rechten. De keuren lagen in ijzeren kisten nevens de wapens der gilden onder de gewelven van ’t belfort. Daarboven waakte de toren in strenge groothêid, als de rots der vrijheid. De vier mannen van ’t belfort stonden aan de vier hoeken van den toren, geharnast, om naar de vier windstreken te verkondigen, dat Gent vastbesloten was Gent te blijven en dezen wil te allen tijde met het stalen zwaard in de vuist en met het vloeiend staal van zijn bloed in de aderen te verdedigen.


Gent heeft zegepralen en nederlagen gekend, maar nooit het opgeven van den strijd en het indutten in roemloze rijke rust zoals Brugge. Nergens woedde de kamp zo verbeten en nergens deed hij verbitterder vijanden ontstaan buiten en binnen; ook deed hij overal in de stad harde kampgebouwen oprijzen. De gilden bouwden hun huizen en stelden ze met trotse en trotserende gevels langs de Leien, en zij gaven aan hun hallen en stapelhuizen een weerbaar karakter. Maar ook de rijken en edelen, de leliaarts, aan Frankrijks lelie verkocht, richtten hun “stenen” (kastelen) als doornen in ’t vlees der stad op, volkverradend en volkbedreigend te midden van de volkswijken. Daar rijzen zij, vijandig en nors, helemaal als de donkere kamppaleizen der grote Florentijnse familiën in ’t hart van Florence. Gent heeft, alle verschil in den stijl ten spijt, hetzelfde karakter als Florence; het is een strijd- en vechtstad. En zoals daar het Palazzo della Signoria op een bolwerk van ’t volk te midden der stad lijkt, zo staat in ’t midden van Gent, nog veel machtiger en trotser dreigend, het kerngebouw, het hart der stad, het Gravensteen.

Uit:
Cyriel Verschaeve: Verzameld Werk (1954-1961), 8 dln., dl. 7: Voor Vlaanderen, p. 671-672


Vind dit boek in de bibliotheek Gent