terug naar index
Solo en koor der dokwerkers

Revuetekst, in 1908 opgevoerd in Het Nieuwe Circus

                                       I
Komaan aan ‘t werk! In d’haven wacht alreeds de boot
Op onzen arbeid, kameraden!
Aan ’t werk met moed, ’t verschaft ons ruim het levensbrood
En vrijwaart ons van hongersnood!
Kom dapper dus aan ’t lossen, laden
Hoe wij in ’t zweet ook baden
            Van als ’t klokje slaat
Dragend, zwoegend tot den avond laat.
Is ’t koud of doet de zon ons braden
           Op! heên en weer!
           Zak op en neer!
                                  REFREIN 
Wij zijn bereid, aan d’arbeid onze kracht te wijden
Het lastig dokkerswerk schrikt ons niet af, oh! neen
We moeten vrouw en kind, toch van gebrek bevrijden
Daarbij, ons zwoegen brengt met een
Voorspoed, heil en welzijn allerzijden!

                                    II
Onz’ haven breidt zich uit, reuzenbooten staap’len thans
Miljoenen sparen, zakken, balen!
De scheepvaart stijgt te Gent in langs om hooger glans
De handel prijkt met schooner krans!
Laat ons dus fier zijn, dokkers allen
          Want zonder kapitalen
          Helpen wij ook meê
Aan den bloei en rijkdom onzer steê
Het deel dat wij daarin betalen
          Is arrebeid
          En kracht en vlijt!

 

Uit:

Jules Antheunis: Es’t nie dan naartse? (1908), p. 23



Vind dit boek in de bibliotheek Gent