terug naar index
Professor Jean De Kremer (= Jean Ray)

De 15-jarige Gentse volksjongen Spijker komt van de rector van de universiteit en van een politieman meer te weten over de (zogenaamde) professor Jean De Kremer, bij wie hij dagelijks de krant brengt (een personage geïnspireerd op de figuur van Jean Ray).

- ‘Ja, professor Jean De Kremer van de… universiteit,’ blufte Spijker.
- ‘Die De Kremer,’ brieste de neus, ‘is helemaal geen professor.’
Pluisje stak zijn wijsvinger op en de man met de neus zweeg.  
- ‘En hoe hebt u weet van deze kennis?’ vroeg De Schamfelaere, John.
- ‘Omdat, meneer de agent, ik de rector ben van de universiteit van Gent. Mijn naam is Roger Beeckmans. ’
Spijker verstijfde.
- ‘Beeckmans, Roger, rector,’ noteerde de politieman luidop. 
- ‘De Kremer is nooit professor geweest,’ herhaalde Beeckmans. ‘Hij is zelfs niet eens leraar. Hij heeft zijn hele leven als ambtenaar gewerkt bij het bevolkingsregister, afdeling overlijdensaktes.’
- ‘Overlijdensaktes,’ noteerde de politieman.
Alle ogen waren nu op Beeckmans gericht die zijn natuurlijke autoriteit had herwonnen. 
- ‘Na zijn vervroegd pensioen,’ vervolgde hij, ‘heeft De Kremer zich op de faculteit geschiedenis ingeschreven. Ja, je hoort het goed, om er colleges te volgen naast studenten die bijna vijftig jaar jonger waren dan hem. En we hebben hem de toegang tot de universiteit moeten ontzeggen omdat hij de colleges verstoorde. Hij was het voortdurend oneens met de professoren. Over elk akkevietje in de wereldgeschiedenis had meneer De Kremer wel zijn eigen mening. En vorig jaar nog heeft hij de ruïnes van de Sint-Baafs abdij ondersteboven gespit omdat hij dacht dat de Heilige Graal daar begraven lag. Stel je voor! De godvergeten Heilige Graal! De Kremer is niet alleen een praatjesmaker en een fantast, beste jongen, hij is gek!’
- ‘Gek,’ noteerde De Schamfelaere, John. 
Er viel een stilte in de kroeg.
- ‘Het is niet de eerste keer dat De Kremer, Jean in aanraking komt met het gerecht,’ zei de politieman, ‘bij de afbraak van een oud huis aan de Korenmarkt was hij betrokken bij een handgemeen met de bouwheer van de werken.’
Spijker knikte. Hij wist er alles van.
- ‘Hij heeft ook obstructie gevoerd bij de graafwerken van een parkeergarage,’ vervolgde de politieman, ‘en aanslagen gepleegd op de eerbaarheid van ambtenaren in functie.’
Spijker keek in de richting van de toog. Beeckmans knikte en draaide zich naar de Amerikaan wiens glimlach altijd maar breder werd.
- ‘Het is gebruikelijk dat wij vrijwilligers aantrekken om mee te helpen met opgravingen,’ legde Beeckmans rustig uit. ‘En Jean De Kremer was altijd één van de eersten om te helpen graven. Normaal moet een vrijwilliger zijn vondsten onmiddellijk afgeven aan de universiteit, maar met die regel nam De Kremer het niet zo nauw. Af en toe nam hij dingen mee. Diefstal.’
- ‘Tot op heden,’ onderbrak de politieman Beeckmans, ‘is nog nooit aangifte gedaan van een diefstal in connectie met genaamde De Kremer, Jean.’  

(…) 

- ‘Rector Beeckmans zei dat u geen professor was maar een ambtenaar bij het bevolkingsregister en na uw pensioen werd u student aan de universiteit. Een zeurkous die professoren lastig viel.’
- ‘Professoren,’ snoof De Kremer, ‘het zijn een stelletje idioten!’ 
- ‘Waarom? Omdat ze meer weten dan u?’ viel Spijker aan.
- ‘Was het maar zo! Dan had ik er ook nog iets geleerd, op die uitgesleten banken in dat auditorium.’
- ‘Beeckmans beweerde dat u overtuigd was dat de Heilige Graal verborgen lag onder de Sint-Baafs abdij,’ spotte Spijker.
De Kremer zuchtte en keek verveeld naar de grijze wolken. Het werd een miezerige dag. 
- ‘Welja, ik zat er een beetje naast. Een inschattingsfout. Het overkomt de beste. De teksten die ik had gelezen, waren…’
- ‘Meneer De Kremer. Ik luister niet meer naar u. U bent gek!’

Uit:

Jean-Claude van Rijckeghem en Pat van Beirs: De zevende sluier (2003), p. 26-28 en 37-38



Vind dit boek in de bibliotheek Gent