terug naar index
Onze magazijnen

Derde stadsgedicht van Erwin Mortier, geschreven voor het STAM (Stadsmuseum Gent, op de Bijlokesite).

 

Hopen vreugde bestoft min
of meer dof kopergeel maar verder: 

zo  nieuw als goed. Bakken tranen immer
zilt – onwaarschijnlijk helder 

in twee zeeën: helder of koel. Kneedvormen
voor verlangen rond of hoekig roest- 

bestendig en vuurvast. 

- in flessen onder druk
- in lekkende vaten
- in wilgentenen manden 

plezier dat kiezelachtig tikt een ton
jolijt meerdere neerslachtigheden 

donkerbruin verpakt. 

Kussens verrukking vederlicht
gevuld met merelpluimen 

(ook nachtegaal en ooievaar
op aanvraag). Pupillen 

– alle bestaande kleuren
leverbaar – in glazen 

schalen weerspiegelend ik zeg
weerspiegelend: 

palmstranden
paradijzen kreunende
minnaars sneeuw en
menig lijk. 

Weemoed-pillendoosjes weemoed-pipetjes
Weemoed-strikjes weemoed-kousenbanden
Serviesgoed schommelstoelen weemoed- 

et cetera. 

Op takken in terraria koudbloedig
hartzeer en wat rupsen. 

De kasten van de haat. Met de hand
gesneden vertedering. 

Wraak in eigen nat. 

Kapstokken voor alle gestalten
van Eros waaronder maliënkolders 

en doktersjassen (zeer gewild). 

Verwondering met
of zonder schroefdop. 

Ontroering en bergkristal. 

Zolders vol ten slotte
Zolders vol zeg ik 

geluk.

 

Uit:

Erwin Mortier, Uit één vinger valt men niet (2005)



Vind dit boek in de bibliotheek Gent

Link naar auditieve versie van het gedicht : http://www.erwinmortier.be/podcast.php