terug naar index
O, had ik Gent gevonden

O, had ik Gent gevonden, was Gent mij
Gevolgd, hoe dicht reeds zouden wij het heerlijk doel
Genaderd zijn hetwelk ik aan de dekens
Eens voorgespiegeld heb: een machtig land
Zou reeds rond Gent geschaard zijn langs de Noordzee,
Een moederstaat, die kinderen zou baren
Steeds voort: ’t was gistren Brabant, Zeeland, Holland,
’t Zou morgen Gelre, Friesland en Westfalen,
En overmorgen heel dat Duitsland zijn
Dat Vlaams spreekt tot aan Polen toe… ’t Begon
Zo sterk dat ’t einde zeker werd bereikt…
Had ik Gent eensgezind gevonden, had
Moeder-Gent kinderen gehad, die broeders,
Geen bitse haters, voor elkander waren;
Had elk den ander, volgens christenplicht
En stadsbelang, het rijkste loon gegund!…
En, hadden niet de wevers breder handel
Gedreven, als hun Gent aan ’t hoofd der wereld stond?
En zou hun winst niet drie - vierhonderdvoudig
Gestegen zijn wanneer hun markt Europa,
En ’t eigen Vlaams afzetgebied zich strekte
Zo ver als zijn geloof?… Dit zaagt gij niet
Noch kondt gij zien op uwen Kwaden Maandag.
De haat is steeds kortzichtig, maar de liefde
Schouwt met haar warm en lichtend zonneoog
De wereld en de tijden door en over.
Zij schiet haar stralen op elk ogenblik,
Al die ze heeft, en ’t ogenblik daarna
Heeft zij er evenveel. Bemint, en alles
Wordt klaar: verleden, heden, toekomst;
Bemint elkaar, mijn broeders, mint de vollers
Omdat ze Gentenaren zijn, bemint ze
En werkt met hen. Wie werkt met dubb’le kracht
Oogst dubb’le winst en wint uit zijne kracht
Geluk. Bemint en alles schijnt u anders
En beter toe: het hart wordt ruim, de hoop
Onmeetlijk breed, de toekomst doet haar poorten
Zo gulden open of ’t de poorten waren
Der eeuwigheid en… Volk!… Gent… Vlaandren…

Uit:
Cyriel Verschaeve: Verzameld Werk (1954-1961), 8 dln., dl. 2: Toneelwerken, p. 123-124


Vind dit boek in de bibliotheek Gent