terug naar index
Naar Lourdes-Slootendries

Dit lied werd in 1930 voor het eerst gepubliceerd en elf jaar later in een uitgebreidere versie opgenomen in de toneeltekst “St. Jans-Liefdevuur” van Oskar Verburgt.

Woorden: Oskar Verburgt
        Zangwijze: Ga mee naar Volendam.

’t leven in de stad is er zeer nerveus,
Want met dat gewoel is ’t ook niet fameus.
Dus naar den buiten moet men wandelen,
Om de frissche lucht te kunnen verhand’len.
Nu het winterweer is reeds lang voorbij,
En wij zijn gekomen in de lieve Mei,
Trekken wij er uit, nemen wij de vlucht
Naar een allerliefst gehucht.
Dus gaan wij:

 REFREIN.

Jongens! ga mee naar Slootendries,
g’ Hebt daar ook keus, naar gij verkiest.
’t Leven is daar zeer aangenaam,
Men gaat er heen met d’elektrieke tram.
Waar de meiskens bidden en snaâtren,
En de jongens vrijen en staâtren.
Dààr is genezing voor klein en groot...
Als men maar leest in de Lourdes-grot!

’t Is op Slootendries ’n leven aardig en fijn,
Frissche boerendeerns, juffers bevallig en rijn,
Die in Lourdes-grot ook komen lezen,
Om van alle kwalen te kunnen genezen,
En die daarbij eenen kruisweg doen,
En na het luistren van ‘n openlucht sermoen
Een gewijde kaars tot devosie aansteken.
Door de jongens worden nagekeken.
 Dus gaan wij:

’t Is op Slootendries, een leven vol melodij,
Kramen met heilige beelden, en ook sneukelrij.
Fleschkens om het Lourdeswater in te vullen,
Fotografen voor arme en rijke snullen,
Herbergen met d’ vleet, hesp’ en rijstpap daarbie,
Schommels, paardjesrijen, ’t senuiver in ’t geniep.
Wandlen in stille dreven, wijl de beiaard zingt...
Men in Speeckaert’s poppenspel springt!
 Daarom gaan wij:

Uit:

Oskar Verburgt: Naar Lourdes-Slootendries, in: Het Morgenrood, jrg. 12 (1930-1931), p. 134.


Vind dit boek in de bibliotheek Gent