terug naar index
Naar de bioscoop

In de jaren 1930 mogen “kulders” van het jongensweeshuis vanaf hun 14de op zondag de stad intrekken. Voor Aksel en zijn vriend Geo zijn de Gentse bioscopen een geliefde trekpleister.

De bioscopen verdrongen steeds meer de volkstheaters. Soms, als we wat geld hadden, gingen we een film bekijken. We waren verslingerd aan de pluchen zalen en de rode gordijnen aan het podium, die de magie van de theaterzalen combineerden met de spanning van de films. We spaarden onze fooien van de fanfare en Geo had ook nog zijn zakgeld als leerjongen. Meestal moesten we ons echter tevreden stellen met het bekijken van de affiches. Dan slenterden we op ons gemak van het Zuid naar de Veldstraat. Cinema Majestic was een sensatie op zich, ook als je geen geld had om de film te betalen. De eerste verdieping leek wel een glazen kooi, zodat je van op straat de toeschouwers in de foyer kon zien zitten. Hier hadden we de eerste film met geluid gezien. Op de Korenmarkt had je de Palace. Verder de Select en de Rex aan het Sint-Pietersstation, gebouwd naar de Parijse Rex. Eén keer gingen we naar de Capitole, aan het Zuid, die plaats bood aan achttienhonderd man, zeshonderd projectoren had en die helemaal verlicht werd met neonlicht. We keken onze ogen uit, maar de mensen staarden naar ons uniform en we voelden ons niet op ons gemak. Liever gingen we naar de kleine wijkzalen, die zich over gans Gent verspreid hadden en waar de mensen ons vriendelijk toeknikten.

 

Uit:

Lies Bate: Nestvallers (2008), p. 120



Vind dit boek in de bibliotheek Gent