terug naar index
Munten slaan in het Gravensteen

Jonkvrouw Margaretha van Male, dochter van Lodewijk, graaf van Vlaanderen (14de eeuw), vertelt hoe haar vader het Gentse Gravensteen gebruikt als muntslagerij.

Hij verblijft vaak in het Gravensteen in Gent om toe te zien hoe munten worden geslagen met zijn beeltenis erop.
(…)
We reizen naar Gent en naar het Gravensteen, de dwangburcht waar mijn vader zijn vijanden foltert en zijn munten laat slaan. Het Gravensteen is de best bewaakte vesting van heel Vlaanderen. De voorraad aan edele metalen die in de kelderkluis verborgen ligt, zit achter een eikenhouten poort met negen sloten. Het geld wordt er gelegeerd. Het sop dat bij de legering vrij komt is zo giftig dat het niet in de stadsgrachten wordt geloosd maar stroomafwaarts in de Schelde wordt gegooid. De munten worden geslagen met de beeltenis van mijn vader, de graaf van Vlaanderen. Het zijn zware munten van zilver en we noemen ze Vlaamse ponden. Mijn vader laat de munten die terug komen naar zijn schatkist weer smelten en opnieuw slaan met een lager zilvergehalte. Hij brengt de nieuwe munten weer in roulatie tegen hun oude waarden en houdt het verschil achter voor zijn schatkist. Mijn vader is even gewiekst als de joodse geldwisselaars.

Uit:
Jean-Claude van Rijckeghem en Pat van Beirs: Jonkvrouw (2005), p. 102, p. 200-201



Vind dit boek in de bibliotheek Gent