terug naar index
Kerken; Kerkinterieur

Kerken

Kerken, als vermolmde sloepen
in de branding van de tij’n,
wenkend van verweerde stoepen,
naar Gods ondoorgrondbre mijn!

Klanken, die de lucht doorzingen,
als een zalig wees-gegroet;
wekkend zoete erinneringen
in de plooien van ’t gemoed!

Kruisen, ruischend in de winden,
al de broosheid van hun lied,
en in stille blijdschap vinden,
wie ontroerd ten hooge ziet!

--------------------------------------------------------------------------------

Kerken

Torentransen, als een sein
tot de needrigen gericht,
die in angst verloren zijn
en stil naadren tot uw licht!

Kerkportalen, steen verteerd,
die in schaduw van de stilt’,
uit ’t gemoed de wanhoop weert
en de harten hooger tilt!

Nigen, van hun glans ontdaan,
maar met ’t schemerlicht vertrouwd,
waar de Heil’gen wachtend staan,
in een aureool van goud!

Vensters, … als een oud brevier
dat met luister is gekleurd …
stralen in doorblonken sier,
van Gods wierook gansch omgeurd!

--------------------------------------------------------------------------------

Kerkinterieur

Reukwerk dat ten hemel zweeft,
onder bogen streng gekruist;
dank, die op de lippen beeft,
in dit huis waar vrede suist!

Tabernakel op ’t altaar,
waar verdoezeld licht om waait;
stil-geknielden in gestaar,
wachtend in bezielde klaart’!

Orgelspelen die als wijn,
samen geest en lichaam voedt,
en ontdaan van oordschen schijn,
blijheidsdrang ontvlammen doet!

--------------------------------------------------------------------------------

© Familie Herckenrath, 2006

Uit:

Adolf Herckenrath: Gentsche kanteelen en relikwieën (1947), z.p.