terug naar index
In cinema Capitole

Een filmvoorstelling betekent voor de weeskinderen in de jaren 1930 behalve een uitstap ook een gelegenheid om hun broer of zus, en diens vrienden of vriendinnen van het andere weeshuis te ontmoeten, van ver weliswaar.

Twee weken later kregen de wezen een uitnodiging van cinema Capitole aan het Zuid. Zo nu en dan kregen we vrijkaartjes voor de bioscoop of het theater. Vooral in de sinterklaas- of kerstperiode was de behoefte aan liefdadigheid groot. Een uitnodiging in de lente was een onverwachte buitenkans, waar we gretig van profiteerden. Natuurlijk zaten we in het kiekeskot. De meisjes aan de ene kant en de jongens aan de andere. Geo’s gezicht lichtte op toen hij naar Georgine zwaaide. Toen glimlachte hij naar het meisje naast haar. Emma. Ik keek naar haar. Het meisje dat Geo zo van zijn stuk bracht. Ikzelf was meer geïnteresseerd in Georgine. Ze was in alles een duplicaat van Geo. Een kleinere, verfijndere uitgave. Ik vond haar zowat het mooiste meisje dat ik ooit gezien had, hoewel Geo verbaasd keek toen ik hem dat op een onbezonnen dag zei.
Geo was in een opperbest humeur. De zwijgzame stemming die de laatste tijd om hem hing, was volledig verdwenen. Hij hing over de balustrade en probeerde de meisjes aan het lachen te krijgen. Ik schaamde me dood.
‘Hou daarmee op, Geo!’
Dat vond Bonte ook, want hij greep Geo bij zijn kraag en sleurde hem in zijn stoel terug. Geo haalde onbekommerd de schouders op, keek me vragend aan.
‘Wat? Ze vinden het toch lollig? Wat weet gij nu van meisjes af?’
‘Alsof jij zo’n kenner bent!’
Ik keek voor me uit, zag Emma en Georgine tegen elkaar fluisteren, waarna ze allebei lachten.
Wat wist ik ook van meisjes af?

 

 

Uit:

Lies Bate: Nestvallers (2008), p. 105-106



Vind dit boek in de bibliotheek Gent