terug naar index
Het belang van de Engelse wol voor de lakengilden

Jonkvrouw Margareta van Male, dochter van Lodewijk, graaf van Vlaanderen (14de eeuw) beschrijft het belang van Engeland voor de machtige Vlaamse lakenweversgilden.

Hij verdoet zijn dagen met dure reizen naar Londen en Parijs. De toekomst is immers Engeland en het verleden is Frankrijk. De Vlaamse welvaart is afhankelijk van Engeland en van de Engelse wol die in Vlaanderen tot laken wordt geweven. Dat laken wordt gekleurd, geknipt en genaaid tot prachtige jurken, broeken, hemden, mantels, tafellinnen, bedspreien en zelfs paardenmantels. Het is het beste laken ter wereld. Het wordt overal in Europa verkocht en het wordt zelfs naar het Oosten vervoerd, voorbij de Lange Muur die de wereld in tweeën snijdt en waar de “China’s appels” groeien. Het laken dat het fortuin van Vlaanderen maakt, wordt vervaardigd door de Vlaamse arbeiders die zich in vierenvijftig machtige gilden hebben verenigd. Er zijn de huidenvetters, de ploters, de volders, de lijnkleedwevers en nog veel meer. Ze vormen elk een trede in de trap naar het afgewerkte laken en de daaruit voortvloeiende rijkdom. De Brugse gilden worden aangevoerd door Slicher van Rijpergherste en de Gentse door Frans Ackerman. Zij zijn de werkelijke meesters van Vlaanderen want zij betalen belastingen aan de graaf zolang hij doet wat zij willen. Natuurlijk heeft mijn vader hen ooit in een veldslag op de knieën gekregen, maar toch hebben zij hem in hun macht.

Uit:
Jean-Claude van Rijckeghem en Pat van Beirs: Jonkvrouw (2005), p. 102-103



Vind dit boek in de bibliotheek Gent