terug naar index
Het avontuur start in het Sint-Pietersstation…

De 15-jarige Gentse Spijker vertrekt met de oude Jean De Kremer (geïnspireerd op de figuur van Jean Ray) op zoek naar de zeven geheime ingrediënten (sluiers) van het levenselixir.

Om halfzeven in de ochtend, stapte Spijker van de tram aan het Sint-Pietersstation. De hele wereld leek nog te slapen op deze tweede kerstdag. Het was koud, grijs en vochtig. Het soort dag waarbij je de somberheid zo uit de lucht kan plukken. Toch prikkelde de ochtendlucht Spijkers neus.
- ‘Vent!’ schreeuwde De Kremer en zijn kreet weergalmde door de hal van het station. Twee oude dametjes en hun poedel keken hem verschrikt aan. Spijker dook gegeneerd weg in de kraag van zijn jas.
Jean De Kremer marcheerde naar Spijker toe en schudde hem uitgebreid de hand.
- ‘Precies op tijd, vent, adventuram tenemus!’
- ‘Wat?’
- ‘Dat is Latijn voor ‘we duiken in het avontuur’,’ riep hij overlopend van enthousiasme. Hij draaide zich om en beende naar het perron toe. Met zijn donkerbruine, ribfluwelen broek, zijn groene tropenhemd, zijn zware bergschoenen, zijn grijze rugzak en de veldfles die eraan bengelde, zag De Kremer eruit als een padvinder op weg naar een jamboree voor de vierde leeftijd. 

Spijker keek even rond en vroeg zich af waarom hij toch had beslist om mee te gaan. Het was allemaal Zoë’s schuld. Waar een wil is, is een vrouw, zei zijn vader wel eens gekscherend. Spijker vroeg zich af wat voor avontuur nu in godsnaam kon schuilen in een treinreis naar een vergeten gat in Noord-Frankrijk. In films ging dat niet zo. Je ging op avontuur naar een tropische bestemming, ergens ver weg op de Aardbol waar vrouwen geen beha’s dragen, archeologen knappe kerels in leren jacks zijn en gidsen weten waar het goud van de bomen druipt. Je gaat erheen in een watervliegtuig of een luchtballon en niet met een boemeltrein van de Belgische spoorwegen.

Uit:

Jean-Claude van Rijckeghem en Pat van Beirs: De zevende sluier (2003), p. 54-55



Vind dit boek in de bibliotheek Gent