terug naar index
Gauwdiefstal en smulpartij in Ekkergem

De wekelijkse zondagsmis betekent voor de “kulders” (weesjongens) van het weeshuis op de Martelaarslaan (jaren 1930) tegelijk een gelegenheid om kattekwaad uit te spoken.

Op zondag gingen de meeste kulders naar de vroegmis in Ekkergem, scholieren en werkers samen. Vier surveillanten begeleidden hen en hielden de jongens scherp in de gaten. We waren allemaal dieven van zodra de gelegenheid zich voordeed en de kans om betrapt te worden miniem was. Honger maakte ons geslepen, dirigeerde onze graaiende handen. De winkeliers hielden ons argwanend in het oog wanneer we voorbij hun stalletjes met fruit kwamen, verwelkomden ons als honden in het vleeshuis. Van alle kulders was Carlos de meester-gauwdief. Op zondagochtend vierde Carlos zijn eigen hoogmis. Een blik naar de surveillanten, zijn hand die uitschoot en dan onder zijn capuchon verdween, zijn gezicht onverstoorbaar, terwijl de kulders verderstapten.
De mis was een kwelling. De kulders keken naar de priester, maar in gedachten waren ze bij Carlos. Diep weggedoken in zijn capuchon zat die zijn appel op te peuzelen. Hapje na hapje, de ogen devoot gesloten, de lippen lichtjes prevelend. Elke kulder slikte met hem mee, hun blik op de priester gericht, terwijl zijn boodschap aan hen voorbijging.

 

 

Uit:

Lies Bate: Nestvallers (2008), p. 91-92



Vind dit boek in de bibliotheek Gent