terug naar index
Franstaligen en socialisten: een wereld van verschil

Weeskind Emma ervaart het verschil tussen de Franstalige familie aan moederszijde en de socialistische familie aan vaders kant in het Gent van de jaren 1930.

Heel onverwacht kwam oom Jacquot me opzoeken. Kunt ge u voorstellen hoe ik van streek was, Aksel?
‘Ik dacht: het wordt eens tijd dat ik haar ga opzoeken ’, zei hij, alsof ik onlangs naar een andere buurt was verhuisd.
Ik keek oom Jacquot zwijgend aan. De maanden waren voorbij gegaan en ik zat nu al meer dan een jaar bij de blauwe meisjes. Niet eenmaal had oom Jacquot iets van zich laten horen, hoewel ik van tante Fien hoorde dat hij nu en dan bij haar langskwam om naar Walter en mij te informeren.
Ik luisterde naar zijn accent, naar het Nederlands dat hij uitsprak met de Franse r. In zijn wereld spraken de mensen Frans. Moeder wilde ons altijd netjes leren praten, maar dat deden we enkel thuis, anders zouden we uitgelachen worden.
Ik zag hoe juffrouw Marie en juffrouw Jeanne wat verderop tegen elkaar stonden te fluisteren, terwijl ze oom Jacquot scherp in de gaten hielden. Ze zagen ook wel dat hij een dure vogel was en vroegen zich ongetwijfeld af wat hij kwam doen.
Ik had nooit voor mezelf kunnen uitmaken wat ik van oom Jacquot vond. Hij behoorde tot een wereld die papa verachtte. Papa, tante Fientje en nonkel Arthur waren overtuigde socialisten. Ze lazen de Vooruit en gingen op 1 mei steevast naar de stoet kijken. Bij mama lag dat anders. Zij had haar wortels in een andere wereld en dat bleef aan haar kleven, ook al had haar familie haar afschuwelijk behandeld. Oom Jacquot was de enige van mama’s familie die nog contact met haar onderhield, haar zus Solange had sinds mama’s vertrek niets meer van zich laten horen. Anderzijds was dat contact er steeds op mama’s vraag, hijzelf nam zelden het initiatief. Ze spraken meestal af in een koffiehuis aan de Korenmarkt, alsof hij op neutraal terrein wilde blijven. Soms nam mama me mee. Dan kreeg ik een drankje en zat me zwijgend te vervelen. Op een keer nam ze ook Walter mee, maar die deed zo druk dat het bij één keer bleef. Oom Jacquot besteedde nooit veel aandacht aan mij. Mama en hij spraken altijd Frans tegen elkaar, zodat ik niet begreep wat ze zeiden. Dus dronk ik kleine teugjes van mijn limonade en keek onbehaaglijk naar mama. Oom Jacquot zat altijd indringend tegen haar te praten en ze leek zelden gelukkig met wat hij zei. Na verloop van tijd keek hij op zijn horloge en vertrok haastig. Op het eind, toen papa al gestorven was, gaf hij haar geld. Mama huilde altijd op de terugweg. Ik wist dat ze uit haar familie was gezet omdat ze met papa was getrouwd. Had ze spijt? Ik verwenste de hele familie. Maar toch vond ik het vervelend als mama huilde.
‘Waarom zijt ge mama nooit thuis komen opzoeken?’
Hij onderbrak zijn nerveuze monoloog. Hij zweeg. Het puntje van zijn tong gleed steeds opnieuw over zijn onderlip, terwijl hij me zenuwachtig aankeek.
‘Dat zou uw pa niet gewild hebben.’

 

Uit:

Lies Bate: Nestvallers (2008), p. 87-88



Vind dit boek in de bibliotheek Gent