terug naar index

Elise verlangt naar Gent

Twee generaties vrouwen jagen hun Amerikaanse droom na: Myriam emigreert kort na de Tweede Wereldoorlog, Elise volgt haar geliefde, Eric, zoon van Myriam, tegen de laatste eeuwwisseling naar de Verenigde Staten en Mexico. Allebei worstelen ze met moeilijke familierelaties en gevoelens van ontheemding, schuld en heimwee naar Gent.
Elise verlangt naar Gentse lekkernijen en herinnert zich haar vroegere buurjongetje die inmiddels uitgroeide tot een wereldberoemde Gentenaar.

2002

Vandaag regende het boven Celaya, Mexico. Ze wist niet welk weer het in België was. Ze had Sara gebeld, ze hadden een half uurtje gebabbeld over van alles en nog wat, haar mooie, volwassen dochter en zij, met elkaar verbonden door telefoondraden en satellieten in de ruimte. Hetzelfde rotte gevoel als op Katriens verjaardag. Ze zat als een lege zak in de zetel, besluiteloos, lusteloos, eenzaam en triest. Wat een wrange coctail. Bonjour tristesse.

Het was de eerste keer dat ze zo lang weg was van huis. Vijf maanden en twee weken. Ze verlangde meer en meer naar haar dochters, haar ouders en vrienden, haar eigen huis, bed, hoofdkussen, fornuis, douche, boeken, half belegen kaas en fricandon, haar moeders stoverij met frieten, Vlaamse televisie, nieuws gepresenteerd door Martine Tanghe, met de tram naar de Korenmarkt rijden en slenteren langs de Graslei, een vegetarische boterham eten in de Brooderie, een stukje toneel gaan kijken.
Met geregelde tussenpozen droomde ze nog steeds van bakkers. Vorige week was ze in haar droom op zoek naar bakkerij Bundervoet op de Antwerpse Steenweg. Ze liep de straat op en af en kon Bundervoet maar niet vinden. Ten einde raad klampte ze een vrouw aan op straat en vroeg haar of de bakkerij nog bestond. Die wees: kijk, daar is Bundervoet. Het was vlakbij. De winkel was veranderd in een tearoom. Elise ging naar binnen, bestelde koffie en ja, strikjes met chocolade serveerden ze ook. Het water kwam haar in de mond. Elise zuchtte. Haar broodmachine stond in de laadbak van de truck en ze miste het zelf gebakken Trail Mix Bread. Niets aan te doen. (…)


Ondertussen zweefde haar jeugdvriend Frank in zijn Sojoez door de ruimte en zat hij daar Belgische pralines uit te delen en te converseren in het Russisch. Via de kranten op het internet en telefoongesprekken met haar ma volgde Elise zijn reis op de voet. Ze keek naar zijn foto in de krant en zag hetzelfde guitige gezicht van meer dan dertig jaar geleden. Haar buurjongetje. Met nostalgie dacht ze terug aan lang geleden, toen ze samen speelden op het gras voor hun zomerhuis, hij, zijn zus en Elise. Op een keer sloeg ze het autoportier dicht en zijn kleine vingertjes zaten er tussen. Had ze bijna zijn astronautencarrière onmogelijk gemaakt met haar onstuimig geweld. Eens hij naar de cadettenschool ging, zag ze hem niet vaak meer. Drie jaar geleden liepen Eric en zij hem toevallig tegen het lijf in Zaventem, hij was toen op weg naar Houston. Raar hoe mensen elkaar uit het oog verliezen door de simpele gang van het leven. Wie had ooit kunnen denken, toen ze als kinderen samen speelden, toen ze bij Sinterklaas stonden in de Grand Bazar in de Veldstraat en op die knippertjes duwden tot haar moeder bijna een zenuwtoeval kreeg, een eeuwigheid geleden, dat Frank astronaut zou worden en dat zij in Mexico zou wonen op het moment dat hij de ruimte inging. Ze liet zich even drijven op de Sehnsucht die zoet was en alle kleuren had van de toverballen uit haar jeugd, ze roken naar rozen en smaakten naar braam- en stekelbessen.

Uit:

Linda Vermaercke en Lies Bate: An American Dream (2017), p. 254-256



Vind dit boek in de bibliotheek Gent