terug naar index
Der Freitagsmarkt

In 1844 verbleef de Duitse schrijfster Luise von Ploennies vier weken in Gent. In haar reisjournaal haalt ze ook (historische) herinneringen aan de Vrijdagmarkt op.
Na de originele Duitse tekst volgt een vertaling door de redactie.

 

 

Man weiß, wie oft der Freitagsmarkt [Vrijdagsmarkt] die Bühne stürmischer Auftritte gewesen ist. Noch sieht man dort die dulle Griete, welche in den flandrischen Tumulten ihre donnernde Stimme erhob. Im Jahre 1345 hatte ein heftiger Streit zwischen der Weberzunft und einer anderen Zunft hier auf dem Freitagsmarkt statt. Dieser Kampf entzündete sich mit solcher Heftigkeit, daß sogar die Priester, welche mit dem Allerheiligstab dazwischen traten, ihm keinen Stillstand gebieten konnten. Hier empfing 1381 Philipp [Filips] van Artevelde, den Schwur der Treue von den Bürgern, welche ihn zu ihrem Oberhaupt gewählt hatten, als die Bedrückungen des Grafen Ludwig [Lodewijk] van Male sie zur äußersten Noth getrieben hatten. Es war auch hier auf dem Freitagsmarkt, wo die traurige Hinrichtung der Räthe der Maria von Burgund [Maria van Bourgondië], Hugonet und Imberwart, die unglückliche Fürstin in so großen Jammer versetzte. Hier auch haben in früheren Jahrhunderten die Fürsten des Landes, als Grafen von Flandern, die Huldigung empfangen, und den Schwur gethan, in Allem die bestehenden Gesetze zu wahren. Einst erhob sich auf diesem schönen Platze in kolossaler Höhe die Statue Karls des Fünften, aber im Jahre 1792 wurde sie von den Sanscülottes mit Gewalt zerstört. Sie brauchten eine mit 8 Pferden bespannte Maschine, um zu ihrem Zweck zu gelangen; darauf pflanzten sie dort einen Freiheitsbaum auf, dieser wurde jedoch 1808 wieder von dem Platze entfernt.
Einige sehr alte Gebäude ziehen auf dem Freitagsmarkt die Aufmerksamkeit der Alterthumsforscher an. Das eine derselben het Toreken genannt, soll ehemals das Rathhaus gewesen sein. Ein anderes Gebäude, welches im zehnten Jahrhundert erbaut, mit vier kleinen Thürmchen versehen ist, und von der Familie de la Kune op Sersanders erbaut wurde, fiel durch Erbschaft der Familie van Uttenhoven zu und hieß seitdem Uttenhovens-Steen. Heute war auch der Platz von einer Menschenflut überströmt, aber es war ein friedliches Gewühl, es war Freitag, kein “böser Montag”, wie der Tag getauft wurde, an welchem ihn einst der blutige Bürgerzwist erfüllte. Buden an Buden bedeckten den Platz, das Gewühl der Käufer drängte sich hin und her, dazwischen durchdrangen die Trompetenstöße und das Geschrei, womit ein Marktschreier seine Wundermittel empfahl. Daß diese Hanswursten zum Theil promovierte Ärzte sind, welche so weit herunterkamen, ärgerte und betrübte mich zugleich. Viele Bilder, Mirakel und Mordgeschichten darstellend, zogen die Aufmerksamkeit des Volkes an, und wetteiferten mit den Orgelmännern und Bänkelsängern sich geltend zu machen. Unter vielem französischen Liebesgeleier hört man da mitunter manch hübsches altes Volkslied.

Nederlandse vertaling:

De Vrijdagmarkt

Men weet hoe dikwijls de Vrijdagmarkt het toneel geweest van stormachtig optreden. Men ziet er nog altijd de Dulle Griet, die tijdens de Vlaamse tumulten haar donderende stem verhief. In het jaar 1345 had hier op de Vrijdagmarkt een felle strijd plaats tussen het weversgilde en een andere gilde. Die kamp ontbrandde met zo’n heftigheid dat zelfs de priesters die er zich met het allerheiligste in mengden, die niet konden stillen. Hier ontving Filips van Artevelde in 1381 de eed van trouw van zijn burgers, die hem tot leider gekozen hadden, toen de onderdrukking door graaf Lodewijk van Male ze tot het uiterste had gedreven. Hier op de Vrijdagmarkt had ook de terechtstelling plaats van de leden van het raadscollege van Maria van Bourgondië, Hugonet en Imberwart, die de ongelukkige vorstin tot grote droefenis dreef. In vorige eeuwen werden hier ook de landsvorsten, als graven van Vlaanderen ingehuldigd en zwoeren ze de eed om de bestaande wetten in alle gevallen te eerbiedigen. Ooit verhief zich op dit mooie plein het standbeeld van Karel de Vijfde [Keizer Karel] kolossal in de hoogte, maar in het jaar 1792 werd het door de sansculotten [Franse revolutionairen] met geweld neergehaald. Ze hadden er wel een machine met 8 paarden voor nodig om te slagen, daarna plantten ze er een vrijheidsboom, die in 1808 echter alweer van het plein verwijderd werd. Op de Vrijdagmarkt wordt de aandacht van oudheidkundigen getrokken door enkele heel oude gebouwen. Een daarvan wordt het Toreken genoemd; het zou vroeger ooit stadhuis geweest zijn [bedoeld is het gildenhuis van de leerlooiers, waar ooit wel werd beraadslaagd, maar dat nooit officieel stadhuis was]. Een ander gebouw, dat uit de tiende eeuw stamt en voorzien van vier kleine torentjes gebouwd werd door de familie De la Kune of Sersanders, werd later door de familie Utenhove geërfd en het Utenhovesteen genoemd [aan de Vrijdagmarkt 9–10, in 1839 gesloopt voor de bouw van „Ons Huis“, zie ook in het Lexicon, onder Utenhove]. Ook vandaag was het plein volgestroomd met een mensenvloed, maar het was een vreedzaam gewoel, het was vrijdag, geen “boze maandag” zoals de dag genaamd werd waarop zich hier bloedige burgertwisten afspeelden. Kraam naast kraam bezette het plein, het gewoel van kopers drong van hier naar daar, tussendoor beval een marktkramer met trompetstoten en geroep zijn wondermiddelen aan. Dat die hansworsten deels gediplomeerde dokters zijn die zich hiertoe verlaagden, ergerte en bedroefde mij tegelijk. Met het uitstallen van afbeeldingen, mirakels en moordverhalen trokken ze de aandacht van het volk en wedijverden met orgeldraaiers en straatzangers om zich te doen gelden. Tussen een hoop Frans liefdesgeleuter hoorde men daar wel eens een aardig oud volkslied.

Uit:

Luise von Ploennies: Reise-Erinnerungen aus Belgien (1845), p. 17-21



Vind dit boek in de bibliotheek Gent