terug naar index
De Sint-Antoniuskerk aan de Muide

De 14-jarige Gentse volksjongen Spijker komt op zijn vlucht met de gestolen diamant van Geeraard de Duivel langs de Sint-Antoniuskerk.


Spijker keek op naar de ingang van de kerk. Santo Antonio, las Spijker onder de met peertjes verlichte wijzers van de klok. Santo Antonio of de Heilige Antonius, mijmerde Spijker. Hij moest glimlachen want sinds zijn prilste jeugd kende hij het versje dat zijn vader samen met hem opdreunde als hij een stuk speelgoed had verloren: Heilige Antonius, Beste Vriend, maak dat ik mijn speelgoed terugvind. En toen begreep Spijker de wanhoop van Gerard. Hij had die wanhoop ook gevoeld toen hij achter de kist van zijn vader liep. Met om hem heen allemaal mensen in het zwart. Zijn moeder die ondersteund werd door haar zusters en hij, kijkend naar die kist waarin zijn vader lag. Hij had ook willen schreeuwen. Net als Gerard.

Uit:
Jean-Claude Van Rijckeghem en Pat Van Beirs: Duivelsoog  (2002), p. 57


Vind dit boek in de bibliotheek Gent