terug naar index
De Opera te Gent
Gedurende de drie of vier achtereenvolgende jaren [= voorafgaand aan 1838], bezocht ik dikwijls den grooten franschen schouwburg; immers het was ten tijde dat de oude komedie-zaal nog bestond en voor een burgersmensch viel het zeer goedkoop naar het “Opera” te gaan; het was mijn eenig vermaak, en driemaal ter week: den Zondag, Maandag en Donderdag, begaf ik mij ’s avonds, na ’t volbrengen van den dagelijkschen plicht, naar het Fransch Théâtre en nam telkens plaats op den eersten rang... van boven te beginnen, aan 30 centimen per avond!
Het was tijdens die drie à vier jaren dat ik de grootste artisten van Parijs, te Gent, gehoord en gezien heb, zoo als Ad.
Nourit, Dupré, Dérivis, vader en zoon, Lafeuillade, de damen Dorval, De Jazet, enz. Ook met het prachtig repertorium der tooneelspelen en drama’s heb ik dan kennis gemaakt, te weten: “L’homme au masque de fer”, “Le facteur ou la justice des hommes”, La chambre ardente ou la marquise de ainvilliers”, “Richard d’Arlington”, “Clotilde ou la jalousie”, “Il y a 16 ans ou les incendiaires”. Verders: “Othello”, “Tartuffe”, “Hamlet”, enz. enz.
Dit alles schiem in mij een goed gedacht over de groote en beroemde zangers en tooneelspelers en tevens den goeden smaak voor schoone en degelijke toneelwerken.
Uit:

Frans Edmond lauwers: Mijn gedenkboek (1887), p. 52 - 53